Archief voor de categorie 'Schaken'

Festival de St-Lô

Enkele jonge en minder jonge Vlamingen ontvluchtten de drukte van het Belgisch Kampioenschap en gingen hun kunsten tentoon spreiden in het rustieke Normandië, waar de club van Agneaux-St-Lô al voor het tiende jaar op rij met glans een internationaal jeugdtornooi organiseert: ruim 300 deelnemers die allen in één reeks spelen, geflankeerd door een Open d’adultes (56 deelnemers) en een IM-tornooi. Maar wat dit tornooi écht de moeite waard maakt, zijn de nevenactiviteiten: met onder andere een voetbaltornooi, een mini Olympische Spelen, een petanquetornooi, een blitztornooi, een handicaptornooi, een ploegenblitz, een soort (Vlaamse) kermis én een vuurwerk (ter ere van de nationale feestdag), hoef je je er geen seconde te vervelen.

affiche festival echecs saint-lo
 

Maarten sprint

Op het blitztornooi schitteren vooral Stef Soors en François Vandamme, die het hele tornooi door op de eerste borden toppers verslaan. Pas in de laatste ronde gaat Stefs kans op een top 3-plaats in rook op, en in één klap ziet hij ook de eerste prijs bij de miniemen aan zijn neus voorbij gaan, wanneer Maarten Larmuseau hem op de meet voorbijsteekt en daarvoor met een muziekinstallatie beloond wordt.

Ook in het echte tornooi eindigt Maarten na een eindsprint met het hoogste aantal punten: 6,5/9. We merken echter vooral de prestatie op van de twaalfjarige Jason Vandenberghe, die zich het hele tornooi erg kranig gehouden heeft op de hoogste borden, maar door een verlies in de laatste ronde op 6 punten strandt. Met die score krijgt hij het gezelschap van Michiel Larmuseau en Eva Baekelant, die hiermee als eerste meisje eindigt.

Niet enkel de Vlamingen presteren goed, de Waalse jongelingen hoeven niet voor hen onder te doen: met 7/9 eindigen Jean Herman en Xavier Mastalerz respectievelijk 6e en 7e, en de achtjarige Nicolas Capone wordt met 4,5/9 tweede bij de -10.

Ook in het meestertornooi prijkt een Belgisch vlagje naast de borden. Met 2/9 slaagt Stef Soors er in zijn opzet: niet laatste worden. In theorie niet slecht, in de praktijk had het iets beter gekund: Stef slaagde er meermaals niet in om een betere stelling in winst om te zetten.

Opa François zet jeugd aan tot gokken

François Vandamme en Sarah Dierckens speelden mee in het volwassenentornooi. Met 6/9 presteerde François ver boven zijn verwachtingen. Zelfs de zo gevreesde ochtendpartijen leverden hem 1,5/2 op. We moeten het toegeven: het schaken is hij nog niet verleerd. Iets minder succesvol blijkt François in het gokken (hij moet niet onderdoen voor de gokchinees): in een discussie over de relatieve waarde van de Franse elo’s (volgens hem niet minder waard dan de Belgische) vertelde hij Sarah enthousiast dat ze de dag erna zou verliezen van Anne-Laurie Benard (2041). Zó enthousiast dat alle Vlaamse jeugdspelers de kant van Sarah kozen en een euro op haar inzetten. Niet bezwijkend onder de druk won Sarah haar partij; iedereen 5 € rijker (en de portefeuille van François een paar gram lichter). Voor de rest speelde Sarah een tornooi met hoogtes en laagtes, waarin ze er na een bijna-sabbatjaar wel in slaagde zich te concentreren, maar niet om goed te denken (begrijpe wie begrijpen wil/kan): 5/9 is een logisch resultaat.

Nooit meer forfait door telefoongerinkel!

Tot slot nog een tip: de nieuwste manier om een 0 door gsm-gerinkel te verkomen, werd uitgevonden door Annie Twiesselmann, die de catering verzorgde voor de Vlaamse delegatie. Op een avond was François zijn gsm kwijt. Een zoektocht door de hele gîte had geen succes, waardoor de volgende ochtend het idee geopperd was dat de gsm misschien in de vuilbak gesukkeld was. Net die dag werd het vuilnis opgehaald en de vuilzakken waren de avond voordien al op de hoek van de straat gedeponeerd. Gelukkig was de vuilnisauto nog niet langs gekomen en na een heuse zoektocht in de juiste zak - gelukkig kan je een gsm opbellen, het was minder aangenaam geweest als het tanden of een schaakklok betrof - werd de gsm gerecupereerd.

Doe aan sport

Vroeger in de muziekschool leerden we naast noten zingen (en natuurlijk piano spelen) ook soms gewone liedjes. Één van die liedjes ging als volgt:

Ik heb een goed rapport
ik doe aan sport
‘k eet alles van mijn bord
ik doe aan sport
mijn dagen zijn te kort
ik doe aan sport
en als er thuis een keer iets schort
of als de leraar heeft gemord
dan niet gekniesd of niet geknord
ik stort mij in de sport

De sportieve lezer knikt enthousiast wanneer hij dit leest: er zit veel waarheid in dit liedje, denken ze. De minder sportieve lezer zucht, en dreigt al verloren te zijn bij de titel van dit bericht. Voor deze laatste: Proficiat, je bent al tot hier geraakt. Nog een beetje verder en wie weet, morgen trek ook jij misschien je loopschoenen aan.

Vroeger behoorde ik ook tot de niet-sporters. Ik heb nooit gedacht: pff, sporten, niets voor mij. Neen, in tegendeel, ik heb altijd graag gesport. Tenminste, achteraf. Na de LO-les voelde ik mij altijd goed. Ik had dan wel altijd een beetje een hoestje de rest van de dag, maar ik voelde me ook een beetje licht in mijn hoofd, en ik voélde mijn lichaam. Dat vond ik wel leuk.

Niet leuk genoeg blijkbaar om zelf, 100% vrijwillig, op regelmatige basis een beetje te gaan sporten. Puur voor het plezier. Daar had ik de tijd niet voor. Of de knieën. Of ik wilde liever wat langer in mijn bed blijven liggen. Wat langer op de computer zitten. De eerste vijf minuten van de film niet missen. Een partijtje schaken tegen mijn moeder. Mijn boek uitlezen. Je kent het wel.

Vorig jaar in september wilde ik dan toch écht iets doen van sport. Omdat ik 5 dagen op 7 in Gent vertoef, leek het me het beste daar een sport te zoeken. Lang duurde het niet voor ik de ideale sport gevonden had: één keer per week ging ik roeien.

Zalig om op het water te vertoeven, eenden, reigers en andere waterdieren van relatief dichtbij te zien, het water te horen klotsen, het regelmatige ritme van je slagen te voelen, het water te ruiken, de mensen langs het water te bestuderen…

Helaas, in het tweede semester werden de roeitrainingen verlegd naar een dag in de week die mij niet paste. Op zoek naar een andere sport.

Het duurde een tijdje voor ik iets leuks wist, en ik dreigde in mijn oude sportloze leventje te vervallen. Tot een vriendin en ik beslisten om elke week af te spreken op de atletiekpiste en er onze toertjes te lopen.

Nu lopen we al enkele maanden, en het gaat heel goed. Ik heb geleidelijk aan opgebouwd tot de 8 km en die loop ik nu zonder al te veel moeite. Ik word zowaar een beetje sportverslaafd: nu het vakantie is, houd ik het niet op de ene keer in de week. Ik doe elke dag wel iets van sport.

En is dat een sleur? Neen. Sport is leuk! En omdat er zo veel mogelijkheden zijn, is er voor elk wel wat wils. Houd je van ballen? Iedereen kan je wel een handvol sporten opnoemen die wel iets voor jou zouden kunnen zijn: basketbal, voetbal, volleybal, handbal, netbal, tennis, baseball, rugbysquash, hockey, krachtbal, waterpolo,… Ben je niet zo’n ballenmens? Mogelijkheden zat: lopen, fietsen, zwemmen, muurklimmen, paardrijden, roeien, badminton, turnen, judo, surfen, dansen, skaten, springen, boogschieten, schaatsen, wandelenboksen, zeilen, schermen,… Je kunt er één uit het lijstje kiezen, en kun je niet kiezen, probeer ze dan eens allemaal!

En dat sporten heeft ook nog andere gevolgen: waar mijn uitstelgedrag het vroeger altijd van mijn karakter won, moet het nu af en toe toch eens het onderspit delven, en dat in de vakantie!

En met die vakantie voor de deur (of misschien is ze ook voor jou al een tijdje bezig), is dit het ideale moment om er eens werk van te maken. En wanneer de dagelijkse sleur weer begint, zal je met veel plezier regelmatig ter ontspanning gaan sporten!

Shout!

Er moet iets van mijn lever. En waar kan dat beter dan op mijn blog, want daar dient een blog toch voor?

Ik sprak vroeger al eens over Magnus Carlsen en Sergey Karjakin, 2 wonderkinderen die het op jonge leeftijd al ver geschopt hebben in de schaakwereld. Heel ver. Beiden, intussen supergrootmeesters, zijn in de eerste ratinglijst van dit jaar de top 15 van de wereld binnengetuimeld. Carlsen op 13, Karjakin op 14, 1 plaats en 1 punt achter zijn Noorse leeftijdsgenoot. Een verwaarloosbaar verschil dus.

Karjakin

Maar… We zijn nu 3 maanden ver in 2008, en wat hebben we dit jaar gezien? Carlsen mocht meedoen in de A-groep van het Corus tornooi, waar hij vorig jaar laatste eindigde. Karjakin, die vorig jaar goed meespeelde in die groep, kreeg geen uitnodiging in de bus. Carlsen mocht ook in Linares/Morelia, het tweede Grand Slamtornooi, meevechten. Alweer mocht Karjakin op droog zaad zitten.

Rating Chart Magnus Carlsen

Rating chart Carlsen

Het gevolg? Wonder Boy Carlsen stijgt massaal veel in elo en vliegt in de april-lijst de top 5 binnen. Wat een talent! Deze jongen is echt wereldtop! De vraag is nu nog: wanneer wordt Magnus the Magnificient wereldkampioen?

Carlsen

En Karjakin? Geen enkele officiële partij heeft de jonge Oekraïener gespeeld in de laatste 3 maanden. Geen enkel punt is hij dan ook gestegen. Daar staat hij, op plaats 13 nu, en hopeloos veel achter zijn leeftijdsgenootje, dat in zijn 27 partijen tegen toppers 32 punten gestegen is, en wat meer is, onnoemelijk veel ervaring en maturiteit opgedaan heeft. Hoe haal je dat ooit in?

Rating Chart Sergey Karjakin

Rating chart Karjakin

En oké, het moet gezegd, Carlsen heeft bewezen dat hij de kansen die hij krijgt, waard is. Op Corus werd hij gedeeld eerste, in Linares/Morelia alleen tweede. Niemand hoort mij zeggen dat hij niet goed is! Maar waarom zou Karjakin die kansen niet waard zijn? Waarom mag hij niets bewijzen? Vriendjespolitiek? Sorry Karjakin, de schaakwereld wil je blijkbaar niet. Probeer het eens in een andere sport, daar zal je misschien meer succes hebben!

Of zie ik het verkeerd?

Death of a legend

Ik onderbreek even de examenstilte voor een kort eerbetoon aan de schaaklegende Bobby Fischer, vandaag op 64-jarige leeftijd aan een nierziekte gestorven.

Bobby Fischer

…1 minuut stilte…

Bobby Fischer

Waarom schaakstukken te beklagen zijn

 Misschien vraagt u zich af, dierbare lezer, wanneer u de titel leest, of ik een slag van de molen gekregen heb, niet goed bij mijn hoofd ben, dolgedraaid ben, of verwoordt u het met nog een andere clichématige of goedgevonden uitdrukking? Het doet er niet toe, de kerngedachte blijft hetzelfde: Is zij gek? En, ook al zou ik de enige in het hele universum blijken te zijn, dat ben ik niet. Mijn enige bedoeling met deze tekst is om de rechten van schaakstukken te verdedigen, want heeft niet iedereen rechten? Mensen, dieren, planten? Zelfs tafels en stoelen hebben rechten, want het is door iedereen geweten dat deze niet dienen als objecten om een ander naar het hoofd te slingeren, en dat er zelfs niet, tenzij in uitzonderlijke gevallen, op gestaan mag worden.

Klinkt het dan niet logisch dat ook schaakstukken rechten moeten krijgen? Ze hebben plichten, waarom dus geen rechten? Het is een onderdrukt volk. Ze hebben niet de capaciteit om voor zichzelf op te komen, dus doe ik het in hun naam. Elk onderdrukt volk heeft een bevrijder. Laat mij dan de Martin Luther King der schaakstukken zijn. Ik heb een droom…

M.L. King

Eigenlijk ben ik verkeerd begonnen door te zeggen dat er maar 1 volk is. Ik had moeten spreken over 1 soort. Net zoals mensen een soort zijn. En nu denkt de helft van de lezers (als er al lezers zijn die het kunnen opbrengen om tot hier dat zogenaamde raaskallen van een net niet geïnterneerde te blijven lezen) dat ik bedoel dat er witte en zwarte stukken zijn. Ik sprak al over M.L.King… Maar zo is het dus niet. Logica is niet mijn beste vak.

Er zijn zes volkeren onder de schaakstukken.

Nu begint er bij de meesten een belletje te rinkelen. Hoop ik. Want als u nu nog niets duidelijk wordt, waarde lezer, zijn er nog twee mogelijkheden: of u bent verschrikkelijk traag (en dan valt u te beklagen in een wereld waar tijd geld is en het geld niet op de rug groeit en zonder geld niet te overleven valt), of u kent geen ene moer van het schaakspel. (Dan beklaag ik u nog meer, geachte lezer, want dan bent u nog beter traag. De kwaliteit van het leven is zoveel beter als je wel schaken kan.)                                       

Laat me ophouden met rond de pot te draaien. Straks zie ik me nog genoodzaakt jullie gelijk te geven en mezelf knettergek te verklaren.

Koning

De Koning. Het meest verkeerd begrepen stuk der stukken. De arme man heeft de jammerlijke benaming gekregen van één der hoogst aanziene mensen in onze samenleving. En welke rechten krijgt de heer? Hij mag een beetje vooruit schuifelen als een hoogbejaarde dame, die haar gloriejaren al bijna een eeuw achter zich heeft. En (om protest te vermijden?) mag hij maximum één keer in zijn leven een grote sprong maken, maar… (en deze plichten kent elke schaker) er zijn nog bijna een heel boek regels aan verbonden, waarmee de voorheen genoemde man rekening moet houden, wil hij niet gesanctioneerd worden.

En wie van jullie, geachte lezers, zou zijn hele leven als klein wild opgejaagd willen worden, nooit veilig voor eventuele hinderlagen? Wat zou u ervan zeggen indien u bij elke stap drie maal om u heen zou moeten kijken of de kust veilig is? Wanneer uw bodyguards één voor één sneuvelen, zou u dan staan lachen en gelukkig wezen te zijn?

Dame

De dame (ook wel koningin) daarentegen, mag zich met rechte het meest bevoordeelde stuk in de kleine stukkenwereld dat het bord is, noemen. Zou de vrouwelijkheid van dit machtige wezen ook reflecteren op de spelers van dit edele spel? Zouden dus de vrouwen, die in de schaakwereld toch beduidend aan het kortste eind trekken, in werkelijkheid toch machtiger dan hun mannelijke tegenspelers blijken te zijn? Met andere woorden, wordt Judit Polgar binnenkort of binnen minder kort wereldkampioen? En wordt zij dan opgevolgd door Kateryna Lahno of een ander vrouwelijk talent - al dan niet uit ons bescheiden clubje of al even bescheiden landje? (Is dit nu wat men ‘wishful thinking’ noemt?)

Dit eventjes terzijde. Zelfs Martin Luther King gebruikte zijn toespraken soms ook voor eigen belangen.

De enige onderdrukking die de koningin in het spel ondervindt, is de onder-estimering van haar waarde: zelfs de Nederlanders en de Engelsen, die toch zelf door een koningin geregeerd worden, beamen dat het schaakspel om de koning draait. Dat terwijl die man toch overduidelijk ‘onder de sloef’ van vrouwlief ligt.

Toren

De toren heeft heel wat ongeluk gehad bij zijn naamgeving. Één of andere niet-verbeeldingrijke schaker moet op een ongelukkig moment op het nog ongelukkiger idee gekomen zijn dat het stuk, dat de naam draagt van een bewegingloos, maar gigantisch voorwerp, ook bewegingloos moet zijn. Dus zette de wrede man de toren verscholen achter alle andere stukken, als een zuil op de hoek van het bord, waardoor de pret voor de arme ziel maar kan beginnen in een latere fase van het spel, wanneer de andere stukken - en soms ook de (jongere) spelers, vooral op zondagochtend of -middag, na een zaterdagavondje uit - al te moe zijn om ook maar aan nog meer plezier maken te dénken.

Loper

De loper, raadsheer of zelfs, vrij vertaald uit vb. het Frans, de zot, heeft twee grote problemen. Ten eerste kan hij zich slechts op één kleur voortbewegen. En stelt u zich eens voor, geachte lezer, dat u een loper bent, die het spelletje speelt dat iedereen zich nog wel herinnert uit zijn kindertijd (of desnoods uit de kindertijd van één der talloze personages uit talloze kinderboeken), dat u alleen op de zwarte velden mag lopen en niet op de witte. En dan zet een verdomde speler u net op een wit veld, waardoor u gedwongen bent om op de witte velden voort te schrijden, terwijl u dat nu juist háát…

En dan nog dat enorme probleem van het kleine grut van de pionnen natuurlijk. Zestien kleine kinderen die niets liever doen dan net op die velden te gaan spelen, die tot het territorium van het eerwaarde slachtoffer behoren. Je zou voor minder een vijs verliezen (of zelfs meerdere) en dan - terecht natuurlijk - zot verklaard worden door onze ten zeerste beminde Franse schaakbroeders en -zusters.

Paard

Het paard wordt door het schaakvolk als een geluksvogel (of eerder, geluksdier, want uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat een paard nog steeds niet tot het rijk der vogels gerekend wordt, een feit dat natuurlijk ondersteund kan worden door het argument dat deze diersoort het jammerlijke nadeel ondervindt niet over vleugels te beschikken, een privilege dat noodzakelijk is om je als vogel - of vliegtuig - te onderscheiden) beschouwd. Toch is over de andere stukken kunnen springen niet te overschatten. Een paard in de dierenwereld kan naast springen ook snel lopen, maar dit voorrecht is aan onze dierbare vrienden in het spel niet gegund, zodat zij al heel egoïstisch een groot aantal zetten voor zich moeten opeisen om te kunnen doen wat dame, toren en loper in één soepele beweging kunnen: de overkant van het veld bereiken.

Pion

Dat is ook het doel van het kleinste, maar zonder rechtstreekse concurrent ook talrijkste stuk van het gezelschap, de pion: de overkant halen om eindelijk de volwassen leeftijd te bereiken en ook het grote stuk te worden dat zij al haar hele leven bewonderd heeft. Zij, want het grootste deel van de pionnen is vrouwelijk (zo niet moeten er een hele boel operaties voorafgaan aan de promotie, daar procentueel ongeveer 90% of meer van de promoties uitdraait op een nieuwe dame in het spel).

Spijtig voor deze kleine stukjes, maar het schaakspel is uitgevonden in een periode heel lang geleden, bijna in de tijd toen de dieren nog spraken, toen de kindersterfte nog enorm hoog was en kindsoldaten gezien werden als uitstekende manskrachten in de oorlog, waardoor de ultieme hoop van deze wezentjes, om op te groeien als volwassen schaakstuk, maar heel zelden in vervulling gaat.

Protest

Dus, eerwaarde lezer, nobel schaker of schaakouder of beider, verenigt u! Helpt een onderdrukte en hulpeloze soort, steunt hen in hun strijd naar rechtvaardigheid. Anders zult u, uw kind, of beider, er de nadelen van dragen. Uit de onderdrukte stukken zal een misvormd ras groeien, allesbehalve aangenaam om mee te spelen. Komt dan niet klagen, eerwaarde lezer, nobel schaker of schaakouder of beider, als het te laat is.

Nu is de tijd gekomen om op te staan. Nu is de tijd gekomen om op tafels en stoelen te staan. Om op de rechten van de schaakstukken te staan. Nu!

Niemand zal u helpen als u niets onderneemt. Alzo, volgt mij in de strijd voor een betere toekomst voor deze onderdrukte soort. Volgt mij, broeders en zusters, en verenigt u in het edele spel dat schaken is!

Geen clash der jonge leeuwen

In de halve finales van de World Cup schaken streden de twee youngsters Karjakin en Carlsen (beiden 17) voor een ticket voor de finale. Stiekem droomde ik al van die affiche, want ik moet toegeven dat het succes van die twee jonge knapen mij niet echt koud laat.

Als die finale er zou komen, dan wilde ik hier een bericht schrijven waarin ik zou verdedigen waarom Sergei Karjakin de World Cup moest winnen, en niet Magnus Carlsen.

Het mocht echter niet zijn! De oude rotten haalden hun ervaring boven en speelden de jonge knapen uiteindelijk naar huis. Nu, dat geen van beide wonderkinderen dit jaar een gooi zal mogen doen naar de wereldtitel, daar heb ik me al bij neergelegd, maar dat blogbericht schrijf ik tóch.

Karjakin

Waarom Karjakin dus, en niet Carlsen? Wel, de uitleg is simpel: Carlsen krijgt veel meer media-aandacht dan Karjakin, terwijl die laatste toch overal dat beetje eerder in is.

Carlsen

Oké, ik moet toegeven, Carlsen ziet er leuker uit dan Karjakin, zijn spel is veel attractiever… En dat is wat je nodig hebt om de media te halen. En ook moet ik eerlijk bekennen: hij kan er goed mee overweg, met die aandacht. Getuige daarvan het volgende filmpje:

Maar toch. Het is Karjakin die de jongste grootmeester aller tijden werd. Op de leeftijd van 12 jaar en 7 maanden. Carlsen deed het net iets minder goed: hij werd pas grootmeester op 13 jaar, 3 maanden en 27 dagen. Daarmee is hij de derde jongste grootmeester ooit.

GM Karjakin, 12 jaar

Wat me ook heel erg gestoord heeft, is hoe de media tijdens het Corus-toernooi van 2006 constant Carlsen zat op te hemelen, terwijl hij “slechts” tweede werd in de B-reeks. Zijn collega chess prodigy Karjakin speelde inmiddels de sterren van de hemel in de A-reeks, alwaar hij als laagst geklasseerde speler lange tijd voor de derde plaats speelde (na meervoudig eindwinnaar Anand en toenmalig wereldkampioen Topalov).

Maar lieve lezer, denk vooral niet dat ik tégen Magnus ben. Helemaal niet. Ook ik ben grote fan van deze jonge Noor. Ook ik heb zijn biografie in mijn boekenkast staan. Ik vond het wel leuk toen ik las dat Magnus doodziek geworden is op het Europees jeugdkampioenschap van 2003 in Montenegro. Ik was daar namelijk zelf ook heel ziek, net als de bijna voltallige Nederlandse delegatie. Leuk om te weten dat je een ervaring deelt met een toekomstige wereldkampioen!

Garry Kasparov in België

Maandagavond gaf Garry Kasparov een simultaan in België. Groot nieuws voor schakend België, want Kasparov, ex-wereldkampioen, is de beste schaker ter wereld. Of dat wás hij toch toen hij enkele jaren geleden op pensioen ging. Zo’n persoon spreekt tot de verbeelding van elke schaker: iedereen wil wel eens tegen Kasparov spelen!

Kasparov als schaker

De simultaan maandag leek dus dé kans om menig schakers kinderdroom in vervulling te doen gaan. Een dertigtal Belgen zouden immers tegen de flegmatieke wereldkampioen mogen spelen.

Die droom werd al gauw aan diggelen geslagen, toen bleek dat Kasparov niet tegen schakers, maar wel tegen bedrijfsleiders zou spelen.

24 bedrijfsleiders, aangevuld met 2 jeugdschakers om de schaakwereld toch ietwat gelukkig te stemmen, namen het afgelopen maandag dus vol goede moed op tegen de Russische grootmeester op rust. Anderhalf uur volstond om al die tegenstanders één voor één naar huis te spelen. Een belachelijk schouwspel. Niet meer, niet minder.

Maar toch mogen we niet klagen. Het edele schaakspel heeft weer enkele dagen het nieuws gehaald. Vermeldingen in de tv-journaals, in de nationale kranten, een reportage in “Koppen”… De hoop rijst weer op: kan schaken dan toch op televisie uitgezonden worden? Kunnen er onder de bedrijfsleiders sponsers gevonden worden?

Maar die hoop is slechts ijdel: de aandacht van de pers richtte zich veeleer op de politieke ambities van de schaakmeester, die als oppositieleider een politieke campagne voert tegen Putin. De aandacht van de bedrijfsleiders ging voornamelijk naar de andere bedrijfsleiders, naar de onderlinge contacten. Het schaken was slechts een bindmiddel.

Kasparov als oppositieleider

Een promotiestunt van een bedrijf. Een promotiestunt van een politiek grootmeester. En het schaken als bindmiddel. En wij schakers? Wij kunnen niet anders dan te juichen. Dan dankbaar te zijn, dat we bindmiddel móchten zijn. En als we meer willen, dan zullen we er zelf voor moeten zorgen, voor onze promotiestunt.


Volg je neus,

dan kom je er wel!

Jij bent bezoeker

  • 17,025

What happened before...

Ik tel de dagen...

juli 2008
M D W D V Z Z
« Jun    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031