Archief voor de categorie 'Literatuur'

Doe aan sport

Vroeger in de muziekschool leerden we naast noten zingen (en natuurlijk piano spelen) ook soms gewone liedjes. Één van die liedjes ging als volgt:

Ik heb een goed rapport
ik doe aan sport
‘k eet alles van mijn bord
ik doe aan sport
mijn dagen zijn te kort
ik doe aan sport
en als er thuis een keer iets schort
of als de leraar heeft gemord
dan niet gekniesd of niet geknord
ik stort mij in de sport

De sportieve lezer knikt enthousiast wanneer hij dit leest: er zit veel waarheid in dit liedje, denken ze. De minder sportieve lezer zucht, en dreigt al verloren te zijn bij de titel van dit bericht. Voor deze laatste: Proficiat, je bent al tot hier geraakt. Nog een beetje verder en wie weet, morgen trek ook jij misschien je loopschoenen aan.

Vroeger behoorde ik ook tot de niet-sporters. Ik heb nooit gedacht: pff, sporten, niets voor mij. Neen, in tegendeel, ik heb altijd graag gesport. Tenminste, achteraf. Na de LO-les voelde ik mij altijd goed. Ik had dan wel altijd een beetje een hoestje de rest van de dag, maar ik voelde me ook een beetje licht in mijn hoofd, en ik voélde mijn lichaam. Dat vond ik wel leuk.

Niet leuk genoeg blijkbaar om zelf, 100% vrijwillig, op regelmatige basis een beetje te gaan sporten. Puur voor het plezier. Daar had ik de tijd niet voor. Of de knieën. Of ik wilde liever wat langer in mijn bed blijven liggen. Wat langer op de computer zitten. De eerste vijf minuten van de film niet missen. Een partijtje schaken tegen mijn moeder. Mijn boek uitlezen. Je kent het wel.

Vorig jaar in september wilde ik dan toch écht iets doen van sport. Omdat ik 5 dagen op 7 in Gent vertoef, leek het me het beste daar een sport te zoeken. Lang duurde het niet voor ik de ideale sport gevonden had: één keer per week ging ik roeien.

Zalig om op het water te vertoeven, eenden, reigers en andere waterdieren van relatief dichtbij te zien, het water te horen klotsen, het regelmatige ritme van je slagen te voelen, het water te ruiken, de mensen langs het water te bestuderen…

Helaas, in het tweede semester werden de roeitrainingen verlegd naar een dag in de week die mij niet paste. Op zoek naar een andere sport.

Het duurde een tijdje voor ik iets leuks wist, en ik dreigde in mijn oude sportloze leventje te vervallen. Tot een vriendin en ik beslisten om elke week af te spreken op de atletiekpiste en er onze toertjes te lopen.

Nu lopen we al enkele maanden, en het gaat heel goed. Ik heb geleidelijk aan opgebouwd tot de 8 km en die loop ik nu zonder al te veel moeite. Ik word zowaar een beetje sportverslaafd: nu het vakantie is, houd ik het niet op de ene keer in de week. Ik doe elke dag wel iets van sport.

En is dat een sleur? Neen. Sport is leuk! En omdat er zo veel mogelijkheden zijn, is er voor elk wel wat wils. Houd je van ballen? Iedereen kan je wel een handvol sporten opnoemen die wel iets voor jou zouden kunnen zijn: basketbal, voetbal, volleybal, handbal, netbal, tennis, baseball, rugbysquash, hockey, krachtbal, waterpolo,… Ben je niet zo’n ballenmens? Mogelijkheden zat: lopen, fietsen, zwemmen, muurklimmen, paardrijden, roeien, badminton, turnen, judo, surfen, dansen, skaten, springen, boogschieten, schaatsen, wandelenboksen, zeilen, schermen,… Je kunt er één uit het lijstje kiezen, en kun je niet kiezen, probeer ze dan eens allemaal!

En dat sporten heeft ook nog andere gevolgen: waar mijn uitstelgedrag het vroeger altijd van mijn karakter won, moet het nu af en toe toch eens het onderspit delven, en dat in de vakantie!

En met die vakantie voor de deur (of misschien is ze ook voor jou al een tijdje bezig), is dit het ideale moment om er eens werk van te maken. En wanneer de dagelijkse sleur weer begint, zal je met veel plezier regelmatig ter ontspanning gaan sporten!

Knacks canon van de Vlaamse literatuur

Vandaag in de Knack: De top 50 van de Vlaamse literatuur. Als studente Nederlands ben ik natuurlijk geïnteresseerd: Wat staat erin? Wat staat er niet in? Wanneer ik het lijstje overloop, ben ik verbaasd hoeveel werken ik al gelezen heb - om van het aantal werken waar ik al van gehoord heb, maar te zwijgen; daar ben ik immers minder verrast over na 3 jaar Nederlandse literatuurgeschiedenis.

Op 1 staat Louis Paul Boon, met De Kapellekensbaan. Dat heb ik nog niet gelezen, maar het staat me hoogstwaarschijnlijk volgend jaar wel te wachten.

 Op 6 kom ik het eerste werk tegen dat ik gelezen heb. Bezette stad, van Paul van Ostaijen. Een mooi werk.

Bezette stad

 Van Guido Gezelle heb ik ook wat moeten lezen. Gedichten, staat er in de Knack, en dat blijkt een verzamelnaam te zijn van 4 dichtbundels, waaronder Kerhofblommen. Nou, dan begrijp ik niet wat hij hier op de 8ste plaats komt doen, want ik vond er niets aan!

 Op 11 vinden we De man die zijn haar kort liet knippen, van Johan Daisne, een boek dat ik met heel veel plezier gelezen heb. Ik moet potentiële lezers wel waarschuwen: uit discussies tijdens de les blijkt dat lang niet iedereen dit boek kon smaken!

Elias, of het gevecht met de nachtegalen van Maurice Gilliams vind ik overroepen. Het zit goed ineen, want naar het schijnt is de vorm heel bijzonder, maar wat het verhaal betreft, ben ik niet overtuigd van deze 12e plaats. Lelijk is het niet, maar het kon mij niet boeien. Hoewel het boekje maar een 100tal bladzijden telt, heb ik moeite moeten doen om het uit te lezen.

 Op 15 staat Van den Vos Reynaerde, geschreven door “Willem, die Madoc maekede”. Ik heb dit vehaaltje in het Middelnederlands gelezen, en zal binnenkort een hoofdstuk van haar Franse moeder Le Roman de Renart lezen in het Oud-Frans.

Over Paul Snoek, die op 25 terug te vinden is, heb ik vorig jaar een heel semester les gekregen. Ik heb dan ook heel veel van zijn gedichten gelezen, en op het einde wist ik hem wel te smaken.

Ook van Richard Minne (26) heb ik vorig jaar een bundel gelezen en besproken.

Jotie T’ Hooft staat ook in de top 50 met Junkieverdriet. Deze nummer 28 is mijn favoriet, dat kon je hier al lezen.

Jotie T' Hooft

Karel ende Elegast (30) en Beatrijs (32) behoorden tot de verplichte lectuur in mijn eerste jaar aan de UGent. Elckerlyc (35) in het tweede jaar. Allemaal in hun oorspronkelijke, Middelnederlandse versie weliswaar.

 Ik was verbaasd toen ik Xanthippe van Paul Lebeau op 38 zag staan. Dat boek heb ik ooit eens gewonnen, en toen ik het las, oversteeg het mijn verwachtingen. Ik vond het echt mooi! Maar ik heb nooit geweten dat het boek zo bekend was.

Naast een Top 50 van dode auteurs, vind je ook een Tip 10 in de Knack. Van deze Tip 10 heb ik slechts één boek gelezen: Wit is altijd schoon, van Leo Pleysier. Speciaal, maar mooi.

Ja, de Hugo verdient hier ook een vermelding

 De Grote Man van de Belgische literatuur koos ervoor om op een uurtje na exact 21 jaar na mijn geboorte te sterven. Het minste dat ik dan kan doen, is hem hier eventjes vermelden.

Hugo Claus

Ik ga jullie hier niet vervelen met een ellenlange biografie van de heer Claus, die kan je elders wel lezen. Ook zal ik geen werken van hem bespreken, om de eenvoudige reden dat ik geen werken van hem gelezen heb. Ik heb enkel het toneel Vrijdag gezien, en hoewel ik het wel kon smaken, vond ik de uitvoering niet zo super.

Het enige wat jullie van mij krijgen, is een gedicht. De keuze van het gedicht lag voor de hand: als trotse inwoner van de meest westelijk gelegen provincie van ons land, koos ik voor West-Vlaanderen:

Dun lied donkere draad
land als een laken
dat zinkt.

Lenteland van hoeven en melk
en kinderen van wilgehout.

Koorts en zomerland wanneer de zon
haar jongen in het koren maakt.

Blonde omheining
met de doofstomme boeren bij de dode haarden
die bidden ‘Dat God ons vergeve voor
wat hij ons heeft aangedaan’.

Met de vissers die op hun boten branden
met de gevlekte dieren de schuimbekkende vrouwen
die zinken.

Land, gij breekt mij aan. Mijn ogen zijn scherven.
Ik in Ithaka met gaten in mijn vel,
ik leen uw lucht in mijn woorden.
Uw struiken uw linden schuilen in mijn taal.

Mijn letters zijn: West-Vlaanderen duin en polder.

Ik verdrink in u,
land. gij wordt een gong in mijn schedel en soms
later in de havend
een kinkhoorn: mei en kever. duistere lichte
aarde.

Citaat van de week: who’s there?

Knock, knock! Who’s there?

Shakespeare gebruikte deze zin in zijn Macbeth, maar hij zal zeker niet de enige zijn die ze in zijn mond genomen heeft.

Porter: 

Here’s a knocking indeed! If a man were porter of Hell Gate, he should have old turning the key. [Knock] Knock, knock, knock! Who’s there, i’th’ name of Belzebub?… [Knock] Knock, Knock! Who’s there, in th’ other devil’s name?

Waarom dit citaat? Zoals je ziet, hebben al meer dan 5500 lezers deze blog bezocht. Veel van die lezers geraken hier via zoekmachines. Bij die bezoekers doen vooral mijn posts over Tila Tequila en over Kate Moennig het goed. Maar wie zijn die andere bezoekers? Mijn vrouwelijke nieuwsgierigheid vraagt zich dat vaak af. Dus wie zin heeft om mijn vrouwelijke nieuwsgierigheid te bevredigen, of wie gewoon soms eens denkt: “hier wil ik op reageren”, aarzel niet! Ik bijt niet.

Dat brengt me bij een ander citaat, dat op een postertje met een bulldogachtige hond staat, dat op mijn kamer hangt:

Relax, soms bijt ik niet.

Ben je één van die mensen die graag op de achtergrond blijven, lees je liever dan dat je schrijft,… Geen paniek! Je bent meer dan welkom, ik word graag gelezen!

Bedankt

Gedichtendag

Het schijnt -alweer- dat het vandaag gedichtendag is. Dus maak ik van de gelegenheid om een gedicht over gedichten te posten. Het is van Paul Snoek, de dichter waar ik vorig jaar een heel college over gevolgd heb. Ik plaats het zonder commentaar, omdat ik eigenlijk alweer aan het zondigen ben tegen mijn examenstilte. Morgen heb ik mijn laatste examen trouwens, Franse letterkunde, helemaal en volledig over ironie: l’ironie du sort, l’ironie verbale, l’ironie dramatique, l’ironie socratique… en ga zo maar door: “Rien n’est hasard dans l’histoire!”

Ik weet het mensen

Ja, ik weet het nu al jaren en nog langer,

Dat gedichten nutteloze dingen zijn

Zoals de slierten mist die je rondom je huis

Ziet drijven voor de ramen.

 

Dan is het wel verkieslijker te dromen

Of met gesloten ogen aan wat leuks te denken

Tot je in slaap valt en de stilte niet meer hoort

Die net begon te knagen aan je hart.

 

Omdat in elk gedicht een beet van pijn

De ijskorst van je eenzaamheid doorboort,

Zoals op een verstilde zondagmorgen

Een schot de stilte verwondt in het woud.

 

In elk gedicht kan je met ingehouden adem

Geluiden horen die je doen verstijven,

Zoals tijdens een storm in het nachtelijke bed,

Wanneer een losgewaaide pan van je dak rolt.

Week van de poëzie

Iemand vertelde me dat het week van de poëzie is. Nu blijkt dat dat niet waar is (de week van de poëzie valt in april), maar intussen had ik al zin om hier enkele van mijn favoriete gedichtjes te plaatsen. Dus vanaf nu is de eerste week van december hier de week van de poëzie.

Een eerste gedichtje is van Jotie ‘T Hooft. Over Jotie ‘T Hooft heb ik voor het eerst gehoord toen ik in het vijfde middelbaar zat. Hij sprak me meteen erg aan en ik heb er dan maar een werk over geschreven. Hieronder vind je mijn lievelingsgedicht van Jotie.

En wat dan?

Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.

Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?

‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.’ Zo bleek zal
ik zijn.

In u …

En wat dan …?

Het tweede gedicht heb ik vorig jaar in de les Nederlandse Letterkunde leren kennen. Het is van Rosalie Loveling, de oudste van de twee schrijvende zusjes Loveling. Zij hebben nog één oudere zus die zelf niet schreef, maar wel gekend is als de moeder van Cyriel Buysse. Literair bloed dus in de familie.

Het geschenk

I

Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, Grootvader, geef het mij!’

- ‘Ik zal ‘t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,’
Zeî de oude, - ‘wij zullen zien.’

‘Toekomend jaar!’, zei ‘t knaapje,
‘O, Grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’

En de oude stond te peinzen,
Hij dacht: ‘het is wel waar!’
En zijn lange vingeren streelden
Des knaapjes krullend haar.

Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes:
”t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.

II

Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar de grond.

Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!

Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer,
En lei het zilveren uurwerk
In ‘t oude schuifken weêr.

Tot slot nog één gedicht, om de niet zo literair aangelegde personen onder ons ook iets te geven. Het is een gedicht dat ik in het tweede leerjaar voor het eerst gehoord heb. Ik had de stedelijke voordrachtwedstrijd gewonnen met het gedichtje “Strooi altijd peper” en mocht het op de plaatselijke radio nog eens voordragen. De winnaar van het vijfde leraar zat daar ook, en zijn gedichtje vond ik veel mooier dan dat van mij. Het is geschreven door Hans Dorrestein.

Kwakwadonk

Meneer, wat bent u aan het doen?

Ik knipknip het gras voor mijn fatsoen.

En meneer, wat doet uw vrouw??

Guusje, doe toch niet zo flauw. Vraag niet naar de bekende weg, je ziet het toch, die knipt de heg.

En waarom veegt die man de straat?

Nog één zo’n vraag en ik word kwaad.

En waarom is het hekje stuk?

Jaja tapneuzen Zwitsers huppelkruk.

Meneer,meneer, ik hoor niet wat u zegt!

Jaha Joho, malleberg letterknecht, kiedewiet en hoorndol, wiedewagen oliebol, kwakwadonk, ja blabladus. De groeten aan je grote zus!!

Meneer, waarom doe je toch zo gek?

LIEVEKLEINEHOUJEBEK!!!!!

Volgende Pagina »


Volg je neus,

dan kom je er wel!

Jij bent bezoeker

  • 17,025

What happened before...

Ik tel de dagen...

juli 2008
M D W D V Z Z
« Jun    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031