Is men ijdel als men in de ander het meeste houdt van die kantjes die men van zichzelf herkent?
Is men gek als men in de ander het meeste houdt van die kantjes die men van zichzelf haat?
Krabbels en kronkels van Leisha K. Darcidensran
Is men ijdel als men in de ander het meeste houdt van die kantjes die men van zichzelf herkent?
Is men gek als men in de ander het meeste houdt van die kantjes die men van zichzelf haat?
Het is vakantie.
Misschien lijkt dit een vreemde conclusie om op 22 juli te maken. De vakantie is intussen toch al enkele weekjes bezig, het had wel eerder tot mij mogen doordringen dat het vakantie is.
Maar niet als je bedenkt dat ik in die paar weekjes al heel wat aan mijn thesis gewerkt heb. Een paar daagjes proberen, daarna een weekje op retraite bij mijn grootouders, ver weg van internet. Daarna moest ik een pauze inlassen, want de jaarlijkse snoezelvakantie kruiste mijn pad.
Snoezel is echt zalig! Elk jaar opnieuw word ik genoodzaakt om dat achteraf aan mezelf toe te geven. Al zijn er elk jaar wel momenten waarop ik denk: “Waarom ben ik hier eigenlijk?” Dit jaar was er één moment waarop die vraag zich duidelijk (maar toch met de eeuwige snoezelglimlach) stelde: op een ochtend toen we een vakantieganger aan het wassen waren – we waren net klaar met te wassen waar de zon nooit schijnt maar waar zich de nacht ervoor wel een ander geschenkje aangeboden had – vond de vakantieganger in kwestie het leuk om mij nat te spetteren (ok, ik geef het toe, ik was begonnen, maar het water waarmee ik het deed kwam rechtstreeks uit de kraan!). Met het vuile water! “Waarom ben ik hier eigenlijk?” Maar dan zet je de kraan open, was je je gezicht af en lach je vrolijk om wat er gebeurd is. Daarom ben je er. Dat is snoezel.
Liefdevolle knuffels. Minutenlange handaanrakingen. Gewoon twee blikken die in elkaar haken. Verhaaltjes over bloempotten in de valies. “Ikke, ikke… en ikke”. De zon, elke dag de zon. “Nieje!” Wandelingen met of zonder rolstoel. Spelletjes. Dansen. Angstaanvallen. “Happy birthday to you, in de wei staat een koe, en die koe die zegt meuh, happy birthday to you.” Knutselen. Snoezelruimtes. Traantjes. Lachjes. “We zien me vakanse!” Eten geven. En de warmte voelen. De warmte voelen die je enkel daar kunt voelen.
Luchtige gesprekken met de andere begeleiders. Iets geavanceerdere spelletjes. Samen in het zwembadje. De Grote Sarah Domme Uitspraken-lijst. Minder luchtige gesprekken. Barbeque. Weerwolven. Knuffelgevecht. Slapen tussen de knuffels. Emmers water. Kakverhalen. Time’s up. Plakkerige marshmellows. Lachen.
Snoezel.
En dan kom je de vrijdagmiddag thuis, en vertrek je enkele luttele uurtjes later op weekend. Met mensen die je bijna allemaal niet kent, maar die al gauw heel leuk blijken. Soms was het niet gemakkelijk, het verschil was te immens. Het incident bij het afscheid nog te vers. Maar die vrienden die ik wel al kende, hielpen me met plezier weer naar de amusementskant van het weekend. (Waarvoor dank trouwens. “Overroepen” mag dan wel mijn stopwoordje zijn de laatste tijd, als er één iets niet overroepen is, dan is het vriendschap wel.) De mensen die ik nog niet kende, hielpen me zonder het te beseffen ook naar die kant; steeds gemakkelijkere gesprekken, leuke spelletjes, steeds bekendere gezichten, complimentjes die altijd wel leuk zijn,… de laatste dag was het echt jammer dat de laatste dag de laatste dag was. Het leek allemaal nog maar net te beginnen.
Het is vakantie. Nog een tijdje, gelukkig.
Zonder jou kan ik niet zijn
Wat mijn vrienden altijd in me zien.
Zonder jou ben ik koud en klein
Weet ik niet zo goed waarvoor ik dien.
Het lijken wel profetische woorden; enkele maanden na haar breuk met Marianne wist Yasmine (ik weiger haar Hilde te noemen, want zo ken ik haar niet) inderdaad niet meer zo goed waarvoor ze diende. Nu is Yasmine niet meer. Requiescat In Pace, dat spreekt voor zich.

Veel mensen zijn aangedaan door haar plotse overlijden. Omdat het raar is als iemand er plots niet meer is. Omdat ze heel geliefd was in Vlaanderen. Omdat je geen twee avonden tv kon kijken zonder haar te zien verschijnen. Omdat men naar haar opkeek, omdat ze voor velen een groot voorbeeld was, een rots in de branding, een sterke vrouw.
Een sterke vrouw. En toen kwam de liefde. Als zelfs de sterkste vrouw aan de liefde kan bezwijken…
Bijna een jaar geleden werd ik gedumpt, zoals men zo mooi metaforisch de verlaten en smachtende ex-geliefde met vuilnis verbindt. Voor het eerst in mijn leven kwam toen de gedachte in mij op dat liefde wreed is, verraderlijk, vals en vooral gevaarlijk. Ik zag wat de liefde met mij aanving, en hoewel ik me er zo duidelijk van bewust was dat ik me niet door haar mocht laten doen, werd ik meegesleept in die draaikolk van emoties. Ik zag ook wat de liefde met anderen deed, en hoewel de situatie, en dus ook het effect, totaal anders was, bleek duidelijk de macht die de liefde ook over die ander had. Voor mij was het duidelijk: liefde is gevaarlijk, té gevaarlijk. Geniepig biedt ze zich aan en vertaalt ze zich in euforische gevoelens, en voor je het weet ben je jezelf niet meer. Tot ze zich verveelt, en beslist een spelletje met je te spelen. Je wordt gedumpt en elke zekerheid die je in je leven had, ontneemt ze je.
Het is niet echt je liefdesverdriet die je diep doet gaan, het zijn de deuken die dat liefdesverdriet aan je zelfbeeld toebedeelt. Je verliest niet alleen de persoon waarvan je hield en waarvan je dacht dat die ook van jou hield; je verliest elke houvast, elk onderdeeltje van je wereldbeeld blijkt plots een waanbeeld.
Maar mensen zijn vaak sterker dan ze zelf voor mogelijk houden. Iedereen wordt wel eens gedumpt, en meestal overleef je dat wel. Je slaagt erin om uit die put te klauteren en je zin om te leven is plots groter dan ooit.
Maar blijkbaar niet altijd. Yasmine vond de put blijkbaar te diep, blijkbaar zag ze geen reden meer om te klimmen en te vallen en weer te klimmen en weer te vallen en weer te klimmen. Dat maakt die sterke vrouw niet zwakker dan zij die er wel in slagen. Vaak is het een kwestie van één moment, van één detail. Van een doel dat je nog niet of net wel al bereikt hebt. Misschien is het net haar succes dat haar de das omgedaan heeft.
De dood van een persoon kan zelden iets goeds zijn. Van bepaalde individuen uit de wereldgeschiedenis kunnen we daar nog over discussiëren, maar Yasmine is duidelijk niet één van hen. Ik hoop alleen dat haar dood zich niet tot een ramp ontpopt. Na haar dood kreeg de zelfmoordlijn drie keer meer oproepen, vooral van jonge – lesbische – meisjes die zo heel erg naar haar hadden opgekeken en plots geconfronteerd werden met het feit dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Als je diep zit, is er nog steeds die kracht, de wetenschap dat het ooit weer beter wordt, al lijkt het op dat moment moeilijk te geloven. Op zulke momenten moet je je concentreren op de rozengeurverhalen die je overal om je heen hoort, en niet op het lot van Yasmine. Ik ben er zeker van dat zij, toen ze in die boom klom, niet de bedoeling had een nieuwe Werther te worden.