Archief voor januari 2009

Ongelijk

Wat doet een mens als hij ongelijk heeft? Meestal: zich van de domme houden, vasthouden aan zijn standpunt. Eventueel er iets ludieks aan knopen. Enkele dagen geleden antwoordde ik in een discussie per mail nog vlug iets onnozels, en liet ik dan maar meteen weten dat ik in mijn bed zou kruipen, zodat ik ten minste kon slapen met het idee dat ik gewonnen had. Onzin natuurlijk, maar een mens krijgt nu eenmaal graag gelijk.

Soms kan je er echter niet onderuit. Dan zit er niets anders op dan eventjes te slikken, een grote hap adem te halen en toe te geven, ja, toe te geven dat je fout zat. Bij deze…

Niet, zoals ik voorspeld had, Marc groet ’s morgens de dingen heeft de Nieuwsbladpoll gewonnen, wel Avondliedeken III van Alice Nahon. Volgens het Nieuwsblad een gedicht dat tot het “Vlaamse collectieve geheugen” behoort. Nog nooit van gehoord. Ik vond het ook niet eens zo mooi.

Intussen heb ik trouwens alle gedichten gevonden: ze stonden allemaal op de site van het Nieuwsblad. Nog iets dat ik moet rechtzetten dus: de gedichten waren wél vindbaar. Natuurlijk daarom dat mijn voorspelling niet uitkwam… Hum. Ik heb ook enkele gedichten ontdekt die ik niet kende (anders kunnen we moeilijk van “ontdekt” spreken, natuurlijk) en wél mooi vond. Omdat het gedichtendag is vandaag, plaats ik ze hieronder. Dat maakt 3 posts met gedichten in een week tijd, dan zitten we wel weer eventjes goed, denk ik. Dit hoeft geen gedichtensite te worden.

Ik zie jou zoMark Insingel

Ik zie jou zo
zo moet jij zijn.

Jij moet zo zijn
als ik jou zie.

Zo zie ik jou
als jij moet zijn.

Zo moet jij zijn:
dat ik jou zie.

Uit:Iets, Poëziecentrum Gent, 2007

Gent – Wevelgem – Tom Lanoye

Mocht ik herbeginnen, ik zou het net zo
doen: niet om de poen, maar om die
niewe pakken. Die zo glimmend spannen
om je billen, en om die van elke ploegmaat

in het peloton. Ik zou mijn hele leven
willen trainen, net iets slechter dan de
ander, dan zit ik altijd achteraan,
genietend van de erotiek. Iets anders

wil ik niet. Of toch: in Gent vertrekken
met fanfares en champagne, vendelzwaaiers
en konfetti, als voor een allerlaatste
rit, een feestelijke rouweditie. Dan, nog

maar pas vertrokken, sprint die klotegroep
al weg, ik zit kapot en godverlaten op de
rechte baan als op het slappe koord. Geen
supporter wordt gehoord, geen achterkant

van renners nog gezien. Een paar keer
vallen bovendien. Misschien is herbeginnen
ook dan mogelijk, maar ik zou precies
hetzelfde doen: riempjes dicht en trappen

maar, wie houdt hem tegen, wie onderwijst
hem schade en fatsoen, wie haalt hem weg
van een schitterende zege, de zegen van een
stevig rennerszadel? O Grote Wielergod,

O Sister Brainstorm, heb genade met
uw gade. Neem van zijn hand bezit en
leid zijn fiets: hij is op weg naar
Wevelgem, hij is op weg naar niets.

Uit: Gent-Wevelgem, eigen beheer, 1982.

Vrijdag 23 januari 2009. Een jongeman dringt binnen in een kinderdagverblijf en steekt er tientallen baby’s en peuters neer. Er zijn 3 doden: een vrouw en twee kindjes. Vele anderen zijn zwaargewond, de meesten daarvan zijn kindjes, niet ouder dan drie luttele jaartjes.

Het hele land is aangedaan. De hele wereld is aangedaan. Ja, België is weer eventjes wereldnieuws. Hoera!

Het hele land is aangedaan. De emoties laaien torenhoog op. Altijd als er kindjes aan te pas komen. Altijd als ons veiligheidsgevoel aangetast wordt. We zijn verontwaardigd voor het leven dat nog moest beginnen en dat ten onrechte genomen wordt. We zijn verontwaardigd over het onverwachtse waarmee het leven kan eindigen. De onrechtvaardige manier waarop één zieke geest over leven en dood kan beslissen. Het hadden onze kinderen kunnen zijn. Het had het kinderdagverblijf in onze straat kunnen zijn. Ergens voelen we angst. En angst maakt ons kwaad.

Natuurlijk hebben we alle recht om kwaad te zijn. Waar haalt Kim D. het recht om zich aan dergelijke gruwels te buiten te gaan? Iemand die tot zulke dingen in staat is, moet dringend (al dan niet tijdelijk) uit de maatschappij gehaald worden. Maar mensen, laten we redelijk blijven. De doodstraf verdient niemand. Niet, zoals sommigen uitroepen, omdat die straf niet zwaar genoeg is voor een misdadiger als de zonderling met de messen. Wel omdat de doodstraf onmenselijk is. Wie geeft ons het recht om te beslissen over het leven van die jongen? Waarom zou een enkeling niet mogen beslissen dat een bepaalde persoon het niet verdient om voort te leven, en het rechtssysteem wel? Is het rechtssysteem God? Is de publieke opinie God? Ik dacht het niet! Zeker als je even stilstaat bij de onnoemelijk vele fouten van de regerende organen die ons de laatste tijd al ter ore zijn gekomen. Willen we het leven van ’s lands misdadigers in de handen leggen van het lot? Misschien willen we dat, maar dan reken ik mezelf niet tot we, wat we niet meer we maakt, want we betekent ik+anderen, en ik+anderen min ik is gewoon anderen, en anderen, dat is jullie of ze. Niet we. Dus nee, we willen dat niet!

http://www.amsterdam.amnesty.nl/files/images/groepen/doodstraf.jpg

Maar ja, de angst sluipt ons lichaam binnen. Want we worden nog maar eens geconfronteerd met de lichtheid van het bestaan. Met de willekeur waarmee over ons leven beslist kan worden. En omdat het leven zowat het meest essentiële is waarover we beschikken, verdragen we het niet dat we er, als het erop aankomt, zelf geen vat op hebben. We zijn bang.

En ik moet toegeven, ook ik ben diep vanbinnen onderhevig aan die angst. Toen ik vrijdagnacht door de straten van mijn thuisstad fietste, en een wankelende wandelaar passeerde, schoot even de gedachte door mijn hoofd dat het niet verstandig van me was die man mijn rug te keren. Wat als hij in een vlaag van verstandsverbijstering (en geef toe, wandelaars die ’s nachts lopen te wankelen, hebben daar al wat vaker last van dan wandelaars die niet ’s nachts lopen te wankelen, van verstandsverbijsteringen), een vuurwapen bovenhaalde en met zijn beperkte mikkwaliteiten in het wilde weg rondom zich begon te schieten? Op mij?

http://www.carpediem-dworp.net/pic/logo.JPG

Gelukkig, de angst duurde niet lang. Ik glimlachte. So be it. Laat de nietigheid van het menselijk bestaan geen voedingsbodem van angst zijn, maar eerder een reden om te streven naar een zo goed mogelijk leven. Een leven waarin je jezelf amuseert en waar je ook voor anderen een, zoals we het in het lager geleerd hebben, zonnetje kunt zijn. Zodat je, wanneer je op om het even welk moment gedwongen wordt de pijp aan Maarten te geven, op zijn minst geen spijt hoeft te hebben van wat je wel of niet gedaan hebt. Je toekomst kan je afgepakt worden, je verleden niet.

Poll op de site van het Nieuwsblad

Op de site van het Nieuwsblad kan je stemmen voor “Het mooiste Vlaamse gedicht”. Als Neerlandica in spe vond ik het zo’n beetje mijn plicht om ook te stemmen. Ik klikte dus door naar de poll. Daar aangekomen zag ik een lijstje van 20 gedichten, maar je vindt er enkel de titel en de auteur. Wat ben je daar nu mee? Hoeveel mensen gaan de moeite nemen om naar de bibliotheek te gaan en er gedicht na gedicht op te zoeken? Het internet biedt ook geen hulp, want wat het Nieuwsblad voorstelt als de 20 kanshebbers om het mooiste Vlaamse gedicht te worden, zijn in elk geval niet de meest bekende (van meerdere auteurs heb ik nog nooit gehoord, en van de auteurs waar ik wel al van gehoord heb, ken ik het desbetreffende gedicht niet of heb ik er slechts een vage herinnering aan) of de meest vindbare gedichten. Typ je bijvoorbeeld Schreeuwlandschap in op google, dan vind je voornamelijk de vermelding naar Jotie T’Hoofts bundel waar dit gedicht het titelgedicht, maar zeker niet het beste/meest bekende gedicht van is.

Wat voor een poll is dat dus? Hoe betrouwbaar zal het resultaat dan zijn?

Laat mij een gokje wagen. Volgens mij wordt het Marc groet ’s morgens de dingen van Paul Van Ostaijen dat wint. Die titel doet immers bij iedereen een belletje rinkelen. Iedereen heeft ergens wel een herinnering aan een ver verleden waarin hij die zin heeft gehoord, en dan wordt ie enthousiast zoals velen volgens mijn professor Franse Letterkunde enthousiast worden bij het oprakelen van de herinnering aan Barbie, niet omdat ze het mooi of leuk vinden, maar uit een herinnering aan die vrolijke kindertijd. Is dit gedicht dan echt zo mooi? Volgens mij niet. Van Ostaijen heeft betere gedichten geschreven.

Marc groet ’s morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem

…………………………………………………. ploem ploem

dag stoel naast de tafel

dag brood op de tafel

dag visserke-vis met de pijp

……………..en

dag visserke-vis met de pet

………..pet en pijp

…….van het visserke-vis

………..goeiendag

Daa-ag vis

dag lieve vis

dag klein visselijn mijn

Even iets luchtigs

De steekpartij in het kinderdagverblijf gisteren in Dendermonde heeft op iedereen een enorme indruk gemaakt. Hoogstwaarschijnlijk volgt één dezer dagen een beschouwing over deze gebeurtenis, maar in tussentijd dacht ik dat we wel wat luchtigheid konden gebruiken. Om tegelijkertijd nog wat te doen aan mijn propaganda voor literatuur, heb ik ervoor gekozen die luchtigheid te zoeken in poëzie.

Beginnen doen we met een gedichtje dat ik op een ongetwijfeld warme avond eens bedacht heb terwijl ik mij lag te frustreren in mijn bed omdat één of andere mug mij voor de zoveelste nacht op rij wakker hield. Het was me wel een muggenzomer dit jaar! Het gedichtje is niet van het hoogste niveau, maar het past wel in onze opzet: luchtigheid ten top!

Ode aan de mug

Oh, mug! Oh liefste mug!
Wat was het leuk vannacht.
Dank voor mij de wind maar,
Die je hier bij me bracht.

Vannacht sliep je dus bij me,
Veel slapen was er niet bij.
Je verkende heel mijn lichaam
En je at bloed van mij.

Vanmorgen was er ruzie,
Het spijt me dat ik je sloeg.
‘k Wilde je niet meer bij mij,
één nacht was me wel genoeg!

Het tweede gedichtje is niet van mij, maar van Bart Moeyaert. Ik leerde het kennen door de DVD DichtVorm, een DVD met een vijftiental kortfilms, waarvan ik het filmpje bij dit gedicht het leukst vond. Dit gedicht is ook zowat het meest toegankelijke, en hoewel het niet zo super-luchtig is, krijgt het me wel aan het lachen. Hopelijk u ook! Voor de liefhebbers van kortfilms/animatiefilms en poëzie, op deze site beleef je veel van dat moois.

Een Hand

Laat ons met een hand beginnen,
we voegen er een dag aan toe,
een volzin met een naam erin
die we op slag vergeten, tenzij
het anders gaat en we snel weten
dat we niet voorbijgaand zijn,
de kans is klein, want bij het tellen
van mijn vrienden heb ik altijd
vingers over, en daarom: laat ons
met een hand beginnen,
we voegen er een dag aan toe,
en als het is zoals het meestal is,
gaan we iets galants verzinnen,
tot ziens, ik moet eens verder,
het was me een genoegen.

Deserterende knopen

Gisteren had ik examen. Mondeling. In het Frans, maar dat is bijzaak. Niet voor het examen. Voor het examen is de taal van groot belang. Ik denk niet dat ik enig krediet had gekregen van de proffen als ik in het Nederlands tegen hen begonnen was. Maar voor het relaas van de deserterende knopen, is de taal van het examen dus bijzaak. Ofwel dat knopen Frans haten. Maar daar heb ik nog nooit iets van gehoord. Het zou in elk geval wel steek houden, als je het allemaal nuchter bekijkt.

Voor een mondeling examen doen vele meisjes een – al dan niet mini – rok aan, en hakken, en een diepe decolleté. Ik niet. Ten eerste ben ik er niet van overtuigd dat elke prof daar even gediend mee is; ik persoonlijk zou mij niet op mijn gemak voelen als ik iemand moest ondervragen die daar uitdagend half voorovergebogen de helft van haar huishouden liet zien. Misschien zou ik me zelfs beledigd voelen, omdat de persoon tegenover me denkt dat ze me daarmee kan omkopen. Ten tweede zou ik me al evenmin op mijn gemak voelen als ík degene was met weinig stof om mijn lijf. Een prof heeft niet het recht om mijn alles te contempleren, gewoon omdat hij prof is. Stel je voor dat dat officieel een recht van proffen werd, dan kreeg je gegarandeerd een volgende generatie perverte proffen. “Wat wil je later worden?” “Prof! Dan kan je veel borsten zien!” ‘t Is eens wat anders dan gynaecoloog…

Ik moet toegeven, ik heb het wel al geprobeerd, mondeling examen te gaan doen in een rok en met hakken. Maar toen ik mijn punten bekeek, bleek dat de kledijtruuk niet bepaald een positieve invloed op mijn cijfer had gehad. Dit jaar pas ik dus een nieuwe tactiek toe: zwarte broek, zwart hemd en witte blazer. Vrij chique, misschien op het randje van té, maar ik draag dat zó graag dat ik voor het eerst in mijn leven bijna juich als een examen mondeling blijkt. Bij wijze van spreken, wel te verstaan.

Gisteren zat ik daar dus, voor te bereiden in mijn zwarte broek, zwart hemd en witte blazer. (En zwarte schoenen zonder hakken, niet te vergeten, ik zat daar niet blootsvoets. Blandijnstudenten zijn niet altijd hippies.) Plots hoor ik iets lichts vallen, lijkt het wel. Ik kijk op (in zoverre dat je van opkijken kunt spreken als je blik van je blad op tafel naar de grond glijdt), maar zie niets bijzonders. Ik buig me weer over mijn blad en schrijf naarstig voort. Wanneer ik zo ongeveer klaar ben met voorbereiden, zie ik plots dat het op één na bovenste knoopje van mijn hemd open staat. Het bovenste knoopje stond ook open, maar dat is niet noemenswaardig, want dat moét, anders lijk je wel een non. Ik wil het knoopje dichtknopen, maar ***, het is er niet meer!

Ironie, oh ironie! Nu had ik tóch een decolleté!

Enkele uren later viel ook een jasknoop zomaar op de grond. De weg was duidelijk geplaveid… Vandaag was de tweelingsbroer van mijn jasknoop ook al op een vluchtroute aan het loeren, maar ik was hem voor: ik heb hem afgeknipt en opgesloten in mijn portefeuille. Tegen deserteurs moet streng opgetreden worden!

Studeren.

L’exclusion des exemples du  type Dieu est amour, que nous avons zouden we eigenlijk al antwoord gehad hebben van de prof dat ze onze taak ontvangen heeft que nous avons appelés ailleurs best even sturen naar Elise om te vragen associations conceptuelles, peut associations conceptuelles, peut être justifiée stel je voor dat de prof van letterkunde mijn papers niet krijgt justifié associations conceptuelles ‘k had dat beter toch aan de secretaresse van letterkunde gegeven, da’s een stap minder ver hé associations conceptuelles Dieu est amour peut être justifiée par les critères suivants: il répondent à la question comment?; l’insertion de ne…que provoque un effet focalisateur; la possibilité goh, de haakjes effet focalisateur (et non pas restrictif) non pas restrictif; la possibilité de non-accord en nombre; misschien kan ik na mijn examens eens naar Wijk aan Zee gaan le détachement appositif dan mag ik mijn fototoestel niet vergeten, wie weet kan ik een foto trekken van Karjakin of zo il n’en reste pas moins nee, euhm, la possibilité ja la possibilité de non-accord en nombre; le détachement appositif (Pierre, professeur de latin, n’était pas d’accord vs *l’architecture, silence, est un art) jammer dat Anand niet gaat, die zou’k ook wel eens willen zien in’t echt et la coordination of op de foto staan ermee coordination dat zou super zijn avec un adjectif qualificatif misschien zit mijn gsm weer vol, beter eens wat berichtjes wissen adjectif qualificatif (*Dieu est amour et clément). Les descriptions existantes ne tiennent pas titel! 1. Le champ d’application de la oooooooooooooooooh, ‘k ga hier een blogbericht over schrijven de la construction il est linguiste

Dan vraagt een mens zich af waarom hij al dagen last heeft van hoofdpijn…


Volg je neus,

dan kom je er wel!

a

Jij bent bezoeker

  • 46,037

Ik tel de dagen…

januari 2009
M D W D V Z Z
« Dec   Feb »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031