Archief voor oktober 2008

You’ll always be my first

“Kijk ik vies?” Zijn ogen knijpen zich tot spleetjes. “O, ja, ge kijkt vies. ‘k Word zelfs bang van u.” “Kijk ik vies?” Nog minder pupil is zichtbaar nu. “Ja hoor, kijk ík vies?”

We denken Luc.

“Gie Hond!”

We denken Luc.

We denken Laura Lynn (uren en uren Laura Lynn), we denken het boekje, we denken 21u30, we denken gezaag, veel gezaag, maar we denken ook knuffels, we denken “ai, je doet me pijn” en we denken knuffels.

We denken Luc.

We denken zo veel, maar als je me vraagt om één herinnering op te rakelen, dan vertel ik je van de nooit in wat er op het podium gaande was geïnteresseerde Luc die plots geïntrigeerd raakte door de clowns die de zon niet vonden. “De zon is daar.” “Ja, de zon is daar.” “Die vinden de zon nu niet, maar die is toch gewoon daar.” “Inderdaad, zeg ze het maar.” “Allé, de zon is daar!” Hij staat van zijn stoel op, tikt de clown op z’n schouder en wijst naar boven: de zon is daar! De zaal barst in lachen uit. De clowns vinden eindelijk de zon en behulpzaam trekt Luc aan het circuskoord om de zon op te laten.

Een glimlach, een hart dat smelt.

We denken grote mond, we denken klein hartje. We denken koffie, we denken fruitsap. We denken “Ik kán nie *****en”.

“Kijk ik vies?” “Ge zijt bang hé?” “Zout ge bang zijn als ge mij in’t bos tegenkwam?” “Hond!” “Kijk ik vies?”

We denken Luc.

R.I.P.

Gezondheid!

Één van de meest hatelijke “ziektes” die je maar kan verzinnen, is ongetwijfeld de verkoudheid. Je krijgt er totaal geen erkenning voor, want je bent immers niet ziek, alleen maar verkouden. Terwijl het hoesten, niezen, snuiten, behoedzaam slikken, je ogen sluiten om je hoofd wat te sparen, de tranen uit je ogen wrijven, … een volwaardige dagtaak inneemt. Je voelt je mottig, en dromen over je eigen euthanasie helpt je geen haar vooruit. Je sleept je je bed uit, naar de les, maar eenmaal daar ben je meer af- dan aanwezig. Sporten gaat moeilijk als je neus lucht weigert door te laten, en het liefst van al kom je niet te veel onder de mensen, want je ziet er niet uit. Je wil een warm bad nemen, maar realiseert je pas wanneer het helemaal vol gelopen is, dat het warm water uitstaat. Je zomerjas is te dun en doet je rillen van de kou, je winterjas te dik en doet je rillen van het zweet. Je wilt het raam dicht laten, maar weet dat je zo veel mogelijk de bacteriën uit je kamer moet verjagen. En doordat niemand een verkoudheid als een geldige reden aanvaardt om iets niet te doen, is er geen sprake van uitzieken, waardoor je het allerminst aangename vooruitzicht hebt op enkele weekjes mottigheid.

Eventjes vooruitblikken

Het klinkt misschien luguber, maar af en toe moet een mens eens vooruitblikken op zijn begrafenis. Het is je laatste indruk, en als je wilt dat die is zoals je wilt, moet je af en toe eens een balonnetje oplaten over hoe jíj jouw uittrede ziet.

Het vaakst in begrafenissen opgenomen gedicht hier in het Nederlands taalgebied, is ongetwijfeld Als ik dood ga, huil maar niet.

Als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet,
dood ben ik pas als jij die bent vergeten.

En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij mij bent vergeten
dood ben ik pas als jij mij bent vergeten.

Ook in het Afrikaans heb je zo’n klassieker, die ik persoonlijk nog net iets mooier vind: As ek kom te sterwe

En as ek kom te sterwe, lief, sing dan g’n klaaglied nie


Plant dan g’n rose op my graf of koel sipresse nie.


Laat net die groen gras bo mie wees, die reën en die moredou


en as jy wil, vergeet my, en as jy wil onthou.


Want skadu’s sal’k nie sien, of voel hoe dat die water week,


Nie hoor hoe dat die voëltjes sing as of hun harte breek.


Maar ek sal altyd drome droom in die skemer, wie weet,


Miskien sa lek daar nog onthou, miskien sal ek vergeet.

Die twee gedichtjes moeten in elk geval níet op mijn begrafenis. Wat er wel niet mag ontbreken, is En wat dan? van Jotie ‘T Hooft. Het is niet de eerste keer dat dit gedicht op deze blog verschijnt, maar omdat het zo mooi is en zo veel voor me betekent, mag het nog eens de revue passeren.

Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.

Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?

‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.’ Zo bleek zal
ik zijn.

In u …

En wat dan …?

Jasper

Sprakeloos staar ik naar het reusachtige bouwwerk voor me. Natuurlijk, in de geschiedenislessen heb ik hopen foto’s van piramiden gezien, tot vervelens toe. Maar wat me op zo’n papiertje saai, wezenloos leek, ervaar ik nu als het meest indrukwekkende wat op deze hele planeet te vinden is : de piramide van Cheops, één van de zeven wereldwonderen.

Alsof alle leven uit hem verdwenen is, staart Jasper voor zich uit… Opeens trekt hij zijn keel open. Wat heeft hij nou aan een driehoek ? Cirkels wil hij zien, cirkels ! Woest werpt hij zich tegen de grond. Zo blijft hij liggen, zonder ook maar één keer te bewegen.

Mijn ouders proberen vanalles, tot ze beginnen te beseffen wat ik al eeuwen doorheb : door niets laat m’n broer zich overhalen om zich op te richten. Ten einde raad proberen papa en oom Jan dan maar om hem op te tillen. Blijkbaar hebben ze de kracht die in zo’n tenger lichaampje kan schuilen onderschat. In een onverwachte hysterie krijgt mijn vader een rake klap in zijn ribbenkas en oom Jan wordt met een daverende smak bijna zijn tanden uitgeklopt.

Cirkels ! Cirkels ! Geen piramiden ! Cirkels !

Het voorval verandert niets aan onze plannen voor deze dag. Nadat de mannen verzorgd zijn en Jasper weer handelbaar geworden is, besluit mijn moeder om onze tocht verder te zetten. Tante Sofie echter wil deze plaats niet achter zich laten zonder foto’s van deze wereldberoemde monumenten. Gelukkig, want mijn verwondering over de piramide heeft me zoveel tijd gekost dat ik de Sfinx nog niet goed heb kunnen bewonderen. Op de grafzuil tussen zijn poten staat het volgende geschreven: ‘Op een dag verscheen de sfinx, helemaal met zand bedekt, in een droom aan een jonge prins en beloofde hem dat hij koning zou worden als hij de sfinx van al het zand kon ontdoen. De Prins voert deze opdracht uit en wordt de farao Toetmosis IV.’ Om één of andere reden ontroeren deze woorden mij echt.

We zijn terug bij het hotel waar we enkele dagen overnachten. Het is een prachtig viersterrenhotel, op enkele tientallen meters van de Nijl. Lang uitgestrekt lig ik te genieten van de meest zalige vakantie van m’n leven.

Hij zit weer te wiegen, in kleermakerszit, met z’n armen gekruist op zijn benen. Van voor naar achter, van achter weer naar voor. Met regelmatige bewegingen. Uren aan een stuk kan hij zo zitten, langer dan ieder ander. Zich niet bewust van de omgeving, met grote ogen wezenloos voor zich uit starend. Nergens aan denkend. Gewoon, er niet zijn, niet op deze wereld, maar op z’n eigen, Jasperiaanse eilandje. Een eilandje ver weg van de mensen, met cirkels en water, ja, heel veel water…

Het is een zonderling iemand, die broer van me. Dat was al heel vlug duidelijk. Toen hij twee jaar oud was al. Hij was anders, anders dan het meisje bij de buren, anders dan het broertje van mijn vriendinnetje.

Anders, maar daarom niet minder waard. Spreken kan hij niet, toch is hij niet dom. Alleen anders.

Maar toch houd ik van hem.

Jasper.

Want hij is mijn broertje.

Mijn ouders houden ook van hem. Beweren ze. Ik geloof hen niet. Door de week zit Jasper in een gesticht. Daar zou hij goed behandeld worden. Maar in zijn weinig zeggende ogen lees ik dat hij het daar niet fijn vindt. Hij wil bij mij zijn. Ik zorg voor hem. Ik zorg voor hem zoals mijn ouders dat niet doen. Ik houd van hem, zij niet.

Water. Ginder is er water. Hij wil water. Op z’n eiland is ook water. Hij houdt van water. Water is mooi. Mooi. Cirkels zijn ook mooi. Maar cirkels zijn er niet. Niet hier, hier zijn piramiden. Geen cirkels. Water is er wel. Veel water. Mooi water. Daar! Water. Tot zijn enkels. Tot zijn heup. Verder, veel verder. Nog meer water. Water!

Nu is het weer mijn schuld! Jasper is verdwenen. Al twee uur is hij door niemand meer gezien. Moe van de vele belevenissen was ik even ingedommeld. Jasper was bij mij. Hij zat weer te wiebelen.

Hij zat weer te wiegen. Dat kon zo nog uren doorgaan. Als hij daar zo zat, kon er een bom ontploffen. Hij zou het niet weten. Hij wist van de wereld niet.

Mijn ouders zijn razend. Ik moest voor hem zorgen, zeggen ze. Dat doen ze zelf nooit. Dat moet ik altijd doen. Maar ik lag te slapen. En toen was Jasper weg.

Ik moet even afkoelen. Mijn hoofd gloeit. Vol schuld en zorgen schuif ik het water in. Even nergens meer aan denken.

Hij kon dat. Nergens aan denken. Hij was daar een kei in. Weinigen kunnen dat, hij wel. Dan kon hij toch iets. Verder kon hij niets. Of toch. Hij kon een perfecte cirkel tekenen, zomaar, met de vrije hand. Dat kon hij.

Zalig. Alles even vergeten. Dat schuldgevoel weg laten drijven. Straks komt hij terug, die broer van me. Hij maakt gewoon even een ommetje. … In een streek die hij niet kent… Niet aan denken nu. Hij houdt van mij, ik houd van hem. Hij komt terug. Ai. Ik stoot mijn hoofd tegen een… een voet? God,laat het geen voet zijn.

Het is een voet. Zijn voet.

Salomé

Gisteren ben ik naar het stuk Salomé gaan kijken, door het Hasseltse theatergezelschap cie Hatsjie. Een korte impressie.

Het stuk begon heel sterk, met een poëtisch-filosofische beschouwing over de maan, gebouwd op de door mij zeer geliefde principes van herhaling en variatie. Meteen volgde een mijmering over Salomé, “Ze ziet zo bleek vannacht”, “Je kijkt naar haar. Waarom kijk je naar haar. Kijk niet zo naar haar. Ze is gevaarlijk.” De tekst, heel nadrukkelijk uitgesproken, vormde het hoofdelement van het eerste gedeelte van de avond. De macht van woorden werd blootgelegd door absurde tegenstellingen tussen wat je hoorde en wat je zag, waarbij je je dat wat je hoorde ging voorstellen, en dat dan ook geloofde.

Hoewel ik mezelf erop betrapte af en toe niet naar het podium te kijken en me enkel op de tekst te concentreren (trouwe lezers hebben mijn voorliefde voor de woordkunst al mogen ontdekken en meerdere malen herontdekken), hebben de makers ook werk gemaakt van het visuele aspect. We denken aan de soldaat die sterft en daarom ontbloot en gewit wordt, maar ook en vooral aan de dansscène, waarvan ik de abstracte en absurde manier waarop het spel van de liefde geïnsinueerd werd, wel kon smaken, maar die naar mijn gevoel net dat tikkeltje te lang duurde (waar bleven de woorden nu toch?). 

Dat absurde aspect schuwden de makers niet: wanneer de dode soldaat na zijn dood nog steeds blijkt te spreken, duurt het minuten voor je begrijpt dat hij nu de rol van Herodia op zich neemt. Dat hij net op het moment dat hij deze travestierol op zich neemt, geheel in zijn nakie frontaal op het podium staat, wijst je er nog maar eens op dat toneelmakers je alles kunnen wijsmaken – jij gaat er als toeschouwer vrijwillig in mee dat die acteur die ontegensprekelijk een man is, nu een vrouw speelt. Dat postmoderne kantje vinden we ook terug in de overlapping van de tweede soldaat en koning Herodes; de soldaat neemt soms woorden in zijn mond, die logischerwijs door de koning uitgesproken hadden moeten worden.

Die complexiteit verleent, naast het literaire en het visuele aspect, nóg een dimensie aan het theaterstuk: het schakelt de hersenactiviteit van het publiek in. Als toeschouwer ga je bijvoorbeeld na drie kwartier de video van je geheugen terugspoelen en zie je plots het begingesprek tussen de twee soldaten, dat over de maan en over Salomé, als een gesprek tussen Herodes en Herodia; waar zijn nog de grenzen?

Dag van de jeugdbeweging

Één van mijn favoriete dagen van het jaar: overal zie je jongens en meisjes volledig uitgedost in het (sexy) uniform van hún jeugdbeweging, geen jas aan hoewel het bijna lijkt te vriezen; super opgewekt en trots op wie ze zijn. In de middelbare school mogen de meisjes voor één keer wél een rokje aandoen dat x cm boven hun knieën komt, er zijn spelletjes voor de kindjes, jolig gefluit klinkt overal… kortom: iedereen is blij!

Kickfun

Maandag heb ik eindelijk het plan dat al weken in mijn hoofd zat, uitgevoerd en mijzelf een jaarabonnement in de fitness cadeau gedaan. Nou, het is maar wat je kado noemt natuurlijk, want het heeft me wel genoeg gekost. Hopelijk vormt de herinnering aan de van hand en eigenaar gewisselde centjes een extra stimulans om een jaar lang ten volle van het abonnement gebruik te maken.

De eerste week verloopt alles in elk geval nog vlot. Het is wel een beetje moeilijk soms, om te kiezen op welk toestel je nu weer hoe lang welk programmaatje gaat volgen, maar na een tijdje zal ik wel mijn persoonlijke routine vinden waarschijnlijk.

Naast het fitnessen, dat ik in principe 13 uur per weekdag en 8 uur op zaterdag of zondag kan doen, als ik dat wens, wat ik natuurlijk niet doe (een uur tot anderhalf uur, 5 dagen in de week, lijkt mij momenteel toch al mooi), mag ik ook gratis* een heel gamma aan groepslessen volgen. Dus heb ik woensdag maar meteen eens de les uitgeprobeerd die mij op het eerste zicht het interessantst leek: kickfun.

Ik was wel bang dat ik een mal figuur zou slaan; de lessenreeks is nu toch al enkele weken bezig en mijn conditie is niet op en top – een voetblessure heeft ervoor gezorgd dat ik maanden niet kon lopen – dus vreesde ik dat ik het geen halve les zou volhouden. Niets was minder waar: het uur is voorbij gevlogen! De opwarming was wel wat lastig, maar die duurde maar 10 minuutjes en zo lang hield mijn uithoudingsvermogen het wel uit, en het kickfunnen zelf was, zoals het woord het zelf zegt, pure fun. Ook geen kattenpis, maar op een aangename manier lastig: de transpiratie bleef niet uit, maar de uitputting was nooit zo hoog dat ik ook maar aan opgeven dacht. Het enige waaraan ik in dat uurtje dacht, was techniek – al trok die waarschijnlijk nog steeds op niets.

Om het kort te houden: volgende week ga ik dus zeker weer kickfunnen. Verder staan op het programma: spinning, dat ik één dezer weken ook eens wil uitproberen, en misschien nog Power Yoga. Ik hou jullie op de hoogte!

* ‘t is te zeggen, gratis als je een peperduur abonnement neemt; in de prijs inbegrepen dus


Volg je neus,

dan kom je er wel!

a

Jij bent bezoeker

  • 43,455

Ik tel de dagen…

oktober 2008
M D W D V Z Z
« Sep   Nov »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031