‘t Is voorbij, die week van de goeiendag! En om eerlijk te zijn, ik ben er niet rouwig om. Een leuk initiatief, dat wel, en hopelijk heeft het iets uitgehaald. Hopelijk zijn de mensen massaal vriendelijker geworden. Hopelijk zijn er mensen aan de praat geraakt toen ze elkaar vrolijk goeiendag wensten, en wie weet, misschien is er op dit eigenste moment wel iets moois aan het bloeien uit die ontmoeting! Jaja, we spreken van de liefde! Hopelijk zijn de mensen die 25 of 25 000 gekregen hebben, er blij mee, kopen ze er iets moois mee en hangen ze het niet aan drank of drugs. Druuuuuuuugs! Druuuuuuuuuugs!! Of hoeren. Of…
Maar ik moet opletten met mijn taalgebruik, anders krijg ik bezoekers over de vloer die rare dingen in zoekmachines intypen, en die dan waarschijnlijk teleurgesteld zijn wanneer ze op mijn blog terecht komen. En ik stel niet graag mensen teleur… Ja hoor, ik heb het al nog gezien. Er staat namelijk een “raar” woord op mijn blog, heel onschuldig bedoeld, met een niet zo rare betekenis in een niet zo raar gedicht. Ik besefte het zelf niet eens. Tot ik gisteren dat woord zag staan tussen de zoekmachinetermen die de jullie, lezers, naar mijn blog geleid hadden. Ja, jullie, allerliefste lezers, hadden dat rare woord in een zoekmachine ingetypt en waren dan teleurgesteld op deze blog beland. Even helemaal van de kaart. Ik hé, niet jullie. Jullie misschien ook, maar daar gaat het nu niet om. Je moet maar geen rare woorden in zoekmachines intikken. Dan kom je vast en zeker nog op raardere dingen dan deze blog terecht. Even helemaal overdonderd. Ik ben er al over hoor, nu. En het woord blijft lekker staan.
NAH!
Genoeg gepraat, tijd om te praten. Neen, ‘t is waar, dat zijn niet mijn woorden. Nou, toch wel, want ik spreek ze uit. Al is dat spreken in dit geval schrijven. Typen eigenlijk. Maar ik heb die woorden geleend. Neen, de woorden niet. Het zijn allemaal heel courante woorden, en courante woorden leen je niet, die zijn van iedereen. Van iedereen en niemand. Ik heb de combinatie van die woorden geleend. Citeren noemt men dat. En als je citeert, dan moet je je bron vermelden. Mijn bron is Wim Helsen, in zijn programma dat helaas afgelopen is. Dat is heel belangrijk, dat je je bron vermeldt, leert mijn promotor me. Zeker in een bachelorproef. Of een scriptie volgend jaar. Want die controleren ze op plagiaat. Maar ook zonder controle moet je je bron vermelden. Dat doen wij veel te weinig, iets doen als je er niet op gecontroleerd wordt.
En dat brengt mij naadloos terug bij mijn onderwerp. Goed hé! Je dacht dat ik aan het afwijken was hé, maar niets is minder waar. Alles was onderdeel van het grotere “plan”. Alles uitgewerkt. Tot in de puntjes.
Mijn onderwerp dus. Wel, ík zeg goeiendag aan de mensen, ook zonder controle! Of eigenlijk: alléén zonder controle. En daarom ben ik opgelucht. Opgelucht dat de week van de goeiedag voorbij is. Ik ben van mijn boeien verlost. Ik heb ze afgeworpen en loop weer rustig knikjes en glimlachjes uit te delen.
![]()
Ja, ik durfde niet meer vriendelijk te zijn op straat, vorige week. Bang dat de mensen zouden denken dat ik het voor de wedstrijd deed. Voor het geld. Maar ik doe het niet voor het geld. Ik doe het voor de mensen, want wie weet, kom ik op een dag een mevrouwtje of een meneertje tegen dat het eventjes niet meer ziet zitten. Een mevrouwtje of een meneertje dat de hele dag eenzaam en alleen in z’n huisje opgesloten zit. En dan komt het mevrouwtje of het meneertje eventjes buiten, en dan is er daar een meisje (of een jongedame, of een mevrouw(tje) als het echt moet) dat haar of hem vriendelijk toelacht. En dan is het mevrouwtje of het meneertje heel eventjes blij, en kan het er weer een paar weken tegenaan, daar eenzaam en alleen in haar of zijn huisje.
Men weet nooit.