
5 provincies, 5 duo’s, 5 beginnende restaurants.
Het westen van het noorden van ons land is reeds geëlimineerd. Eerst de twee Gentse schoonbroers, wiens ambitie eten te maken “voor het Gentse volk” niet strookte met het concept “toprestaurant”. Daarna het nog veel te prille koppeltje Pieter en Ghislaine, aka “geit van het jaar”, uit de moeder der badsteden. Oostende zal hen niet missen. De VTM-kijkers misschien wel, met alle sensatie die deze verloofden brachten.
Nog 3 te gaan. Antwerpen, winnaars als je hen mag geloven. Leuven, de underdogs. Gevaarlijke underdogs wel, zoals underdogs vaak blijken. En Hasselt. Sympathiek, gezellig, winnaars volgens de publieke opinie.

Gisteren werden de nominaties voor de derde eliminatieronde bekend gemaakt. De laatste eliminatieronde ook, voor de finale. Hasselt en Antwerpen moeten het tegen elkaar opnemen. Leuven, die nochtans al twee keer genomineerd was (en meer kan niet, want er zijn nog maar twee eliminatierondes geweest), zit rechtstreeks in de finale.
Proficiat Jelle en Micheline. Ik ben een goede verliezer, ik wens de winnaars proficiat. Al is het met een wrang gevoel. Misschien ben ik dan toch niet zo’n goede verliezer. Misschien heb ik gelijk. Wie zal het zeggen? Wie zal het weten? Joost misschien? Proficiat Leuven, hoewel ik het niet eerlijk vind dat jullie de jury een maître voorschotelden die niet van jullie is. Die -geef zelf maar toe- alles tot in de puntjes voor jullie geregeld heeft (een jurytafel kiezen, een kelner aanstellen voor die tafel, in de zaal rondballaderen als maître d’hotel…). Maar binnenkort moeten jullie het zelf weer doen. En hoe gesmeerd zal het dan lopen?
Maar zoals ik al zei, misschien ben ik gewoon een slechte verliezer. Daar valt iets aan te doen: als je niet goed bent in verliezen, dan moet je winnen! Laten we ons op winnen concentreren.
Ik doe niet mee aan Mijn Restaurant. Gelukkig maar , want dat zou betekenen dat ik Ghislaine was (aangezien ik West-Vlaming ben). En ik heb geen ambities om geit te worden. Niet van het jaar, niet van de maand, hoogstens van de dag als het echt moet en ik een slecht dagje heb. Maar als ik niet meedoe, hoe kan ik dan winnen? Hoe kan een supporter van Anderlecht winnen als hij niet zelf speelt? Inderdaad, omdat hij supporter is. Als “zijn ploeg” wint, dan wint hij ook! (Al zal het dan dit jaar niet zijn, helaas.)
Wel, ik ben supporter van de Exquisa, het restaurant van de sympathieke Hasseltse meisjes Yanaika en Stephanie. Dus als ik wil winnen, moet Hasselt winnen. Hasselt moet niet alleen winnen omdat ik wil winnen hoor, Hasselt moet winnen omdat ze het best zijn. Het sympathiekst, het gezelligst, het … En ze zijn goed ook. Ze brengen kwaliteit, ze hebben nog veel groeipotentieel, en zo verder en zo voort. Dat zijn niet mijn woorden, die komen van de jury, van de concurrerende kandidaten, van vele kijkers, van iedereen.
Maar als Hasselt moet winnen, dan moeten ze in de finale geraken. En dan moeten ze dus meer stemmen halen dan Antwerpen. Dat lijkt niet echt moeilijk, want Antwerpen is arrogant. En nee, Antwerpse lezers, ik heb het niet op jullie, ik heb het op het deelnemersduo. En op de kok.
Waar op Yanaika’s gezicht enkel medelijden te lezen valt wanneer Antwerpen door de jury de grond ingeboord wordt, heeft Antwerpen enkel leedvermaak bij ieder puntje van kritiek dat Hasselt over zich heen krijgt. Met de bijna uitsluitend positieve commentaar op hun Leuvense concurrenten, kon geen van beiden lachen, maar hoe zou je zelf zijn als het besef steeds meer groeit dat je laatste week wel eens geslagen zou kunnen zijn? Dat de underdog je geklopt heeft?
Dus Hasselt zal de finale wel halen. Als Vlaanderen correct stemt. Als niet alle Hasseltfans op hun lauweren gaan rusten. Ik duim alvast met de meisjes mee! En finales, die mag je niet verliezen. Dus dan duim ik nog harder. Of op z’n minst even hard.