Archief voor mei 2008

Exquisa est mort, vive Exquisa!

Het is gebeurd. Hasselt heeft verloren. De sympathieke meisjes Yanaïka en Stephanie hebben verloren. Van Leuven. Van de sympathieke Jelle en Micheline, die ik hun restaurant van harte gun. Maar toch iets minder dan dat ik het de meisjes van Exquisa gegund had.

Yanaïka, Stéphie, Filip en David en de meisjes van de zaal, het ga jullie goed. Het heeft niet mogen zijn, helaas. Dus huil maar nog een potje, niemand neemt het je kwalijk. En daarna: kop op! Al lust ik geen patatten, als jullie ooit je eigen aardappelrestaurant openen, dan kom ik er eens eten. Beloofd! So go for it! Auf Wiedersehen!

Mon travail est complet!

Mijn bachelorproef is eindelijk af. Mon travail est complet. Over die eenvoudige zin kan ik veel vertellen. Heel veel. Maar ik doe het niet, want ik heb er al genoeg over geschreven. 22 265 woorden, om precies te zijn. In het Frans. Nee, gelukkig niet alleen over die zin. Over zo’n 1400 zinnen, allemaal zorgvuldig geanalyseerd. Mijn werk gaat over Les adjectifs total, complet et entier. Une étude sémantique et syntaxique de trois adjectifs semi-synonymiques. En nu is’t dus fini !

Toch wat mij betreft. Het kopiecentrum heeft er nog wat werk aan. Drie keer inbinden. Morgen mag ik er om, en maandag dien ik dan mijn travail in bij de pedel. De studentenadministratie. Ik wil wel een glimlach hoor, maar krijg ik er geen, dan zal dat mijn euforische gevoel er niet minder op maken. Dan glimlach ik supervriendelijk wél, om hen er op te wijzen dat een glimlach wel leuk is. En ook een beetje omdat mijn werk over total, complet en entier dan eindelijk achter de rug is.

Of toch tot na de zomervakantie. Want eind september begin ik dan aan mijn master, en wat gebeurt er in de master? Inderdaad, dan mag ik een scriptie schrijven, een masterproef. En ja, waarschijnlijk schrijf ik mijn travail de fin d’études alweer over diezelfde drie bijvoeglijke naamwoorden! Want daar is nog lang niet alles over gezegd. Of hoe interessant taalkunde wel niet kan zijn!

Lang leve de bachpap!

Tijd voor het kortste berichtje uit de geschiedenis van deze blog: soms heeft het karakter een duwtje in de juiste richting nodig, dus bij deze meld ik officieel dat er hier geen nieuwe berichten meer verschijnen vooraleer mijn bachelorproef volledig af is. Maar vrees niet, het einde is toch al mooi in zicht!

Stem op Hasselt (bis)

Ze zijn er geraakt! In de finale!

Antwerpen eruit gebonjourd. Adieu, zwaaien met het handje! Wij blij! Nou ja, natuurlijk is het voor hen jammer. Het is voor iedereen jammer natuurlijk. Om te verliezen. Om een gratis zaak aan je neus voorbij te zien gaan. Om op televisie arrogant over te komen, dan het deksel op je neus te krijgen en te weten dat half Vlaanderen juicht om jouw verlies… Maar ah, ze hadden maar bij hun leest moeten blijven: de fitnesszaak en al wat erbij hoort. Daar waren ze goed in hoor, getuige dit filmpje:

Maar genoeg over Antwerpen. Da’s een afgesloten hoofdstuk.

Hasselt! Gisteren waren ze weer schattig. Ik denk dat die scènes over hun geldproblemen vele harten zullen hebben gewonnen. Want ja, voor zij die gisteren naar Eurosong zaten te kijken, als Yanaïka en Stephanie (Stéphie voor de vrienden, en voor zij die zich als vrienden gaan identificeren. Neenee, ik denk aan niemand ;) ) de finale niet winnen, dan is voor hen het sprookje gedaan. Definitief. Zij hebben niet het geld om een eigen zaak te starten. Ze zijn nog jong, Stéphie (oei, nu doe ik het ook…) studeert zelfs nog. Of: studeerde, want ze heeft haar studies stopgezet voor de droom van haar vriendin. Die nu toch ook haar droom geworden is. Want ze lijkt zich toch wel te amuseren als gastvrouw. En trouwens, als koppel een eigen zaak opstarten, dat is een beetje een kindje hé, dat je krijgt. En het zou toch jammer zijn als die twee hun kindje moesten laten adopteren, omdat ze het geld niet hebben om er voor te zorgen…

Yanaïka en Stéphie

Jaja, een beetje medelijden wekken hé, dat werkt altijd als er stemmen geronseld moeten worden! Maar dat medelijden is niet de enige reden waarom de Exquisa moet winnen, oh nee! Objectief gezien vind ik hen ook het best. Niet van alle restaurants, dat kan ik niet zeggen als ik echt objectief moet zijn. Antwerpen was waarschijnlijk net iets hoger van kwaliteit. Maar ja, met alleen kwaliteit kom je in het leven ook niet ver hé. ‘t Is belangrijk dat je sympathiek bent ook. Heel belangrijk zelfs. Niet alleen om het ver te schoppen, want als je alleen maar sympathiek bent opdat je het ver zou schoppen, dan is dat niet sympathiek. Eerder achterbaks. Hypocriet. En daarmee bedoel ik zeker niet dat Yanaïka en Stephanie hypocriet zouden zijn hé! Bij hen lijkt de sympathie heel natuurlijk. Bij Jelle en Micheline ook trouwens. Ja, ook zij verdienen het om Mijn restaurant te winnen.

Jelle en Micheline

Maar er kan natuurlijk maar één winnaar zijn. En dan kies ik toch resoluut voor Hasselt. En jullie met mij. Hoop ik. Voor Yanaïka en Stéphie (Ja, laten we allemaal maar vriendschappelijk doen. Dat schept een band. En banden scheppen stemmen!). En voor jullie zelf hoop ik het ook, want het zal je beste dag niet zijn als je het niet doet (bij sommige mensen helpt dreigen beter dan échte argumenten. Bij deze heb ik ook die doelgroep overtuigd. Voor de niet-doelgroep: vrees niet, ik ben heel vreedzaam!).

P-magazine

Waarom Hasselt? Waarom niet Leuven, als die toch zo sympathiek zijn ook? Waarom is de kwaliteit van Hasselt beter dan die van Leuven, terwijl het toch Leuven is die door de jury rechtstreeks de finale in gestuurd is? Wel, zoals ik vorige week al verkondigde, omdat de hoofdtroef (als niet: de enige troef) van Leuven tijdens dat beoordelingsetentje maître Willy was. Maar maître Willy is niet eens van hen. En waar ik vorige week nog twijfelde of ik niet gewoon niet tegen mijn verlies kon, is het mij tijdens de voorbije afleveringen toch meer dan duidelijk geworden: zonder Willy zinkt de zaal, diep tot op de bodem. Niet dat Wouter zo slecht is hoor, ik vermoed dat ze hem slechter afschilderen dan hij is, gewoon, voor de sensatie. Jammer voor die jongen trouwens. Hij heeft het denk ik al niet altijd even gemakkelijk, als verlegen rosse jongen. Niet dat ik iets tegen verlegen jongens heb hoor. Of tegen ros. Dat kan heel mooi zijn voor katten! Neen, zonder lollen, ik heb niets tegen verlegen rosse jongens. Maar ik weet wel dat verlegen rosse jongens een risicogroep zijn. Voor pesten. Dat pesten niet mag, weten we allemaal. Maar dat het gebeurt, weten we ook allemaal. Het zit nu eenmaal in de menselijke natuur. Pesten. Nee, Wouter mag er wezen, en wat mij betreft, ook als maître! Maar toch, zonder Willy als maître d’hôtel haalt d’Hoogeschool niet het niveau van concurrent Exquisa.

Steun Hasselt

Wat een preek alweer. Wat een campagnevoering. En dat gratis en voor niets! Alhoewel, stiekem hoop ik natuurlijk op een gratis etentje voor twee, als dank omdat jullie nu allemaal massaal “Hasselt” zullen sms’en naar 3274… 75 cent per sms. En stuur je “Leuven”, dan betaal je het dubbele, aja! (Zo, nu zijn ook de naïeve medemensen overtuigd.) En als ik dan dat gratis etentje win, dan weet ik alvast wie er NIET meemag: al wie Stéphie tegen Stephanie zegt en met een niet nader beschreven welbepaalde tshirt de keuken binnen zou huppelen. Want een etentje voor twee, is er eentje voor twee, en niet eentje voor één plus kok!

‘t Is voorbij

‘t Is voorbij, die week van de goeiendag! En om eerlijk te zijn, ik ben er niet rouwig om. Een leuk initiatief, dat wel, en hopelijk heeft het iets uitgehaald. Hopelijk zijn de mensen massaal vriendelijker geworden. Hopelijk zijn er mensen aan de praat geraakt toen ze elkaar vrolijk goeiendag wensten, en wie weet, misschien is er op dit eigenste moment wel iets moois aan het bloeien uit die ontmoeting! Jaja, we spreken van de liefde! Hopelijk zijn de mensen die 25 of 25 000 gekregen hebben, er blij mee, kopen ze er iets moois mee en hangen ze het niet aan drank of drugs. Druuuuuuuugs! Druuuuuuuuuugs!! Of hoeren. Of…

goeiedag

Maar ik moet opletten met mijn taalgebruik, anders krijg ik bezoekers over de vloer die rare dingen in zoekmachines intypen, en die dan waarschijnlijk teleurgesteld zijn wanneer ze op mijn blog terecht komen. En ik stel niet graag mensen teleur… Ja hoor, ik heb het al nog gezien. Er staat namelijk een “raar” woord op mijn blog, heel onschuldig bedoeld, met een niet zo rare betekenis in een niet zo raar gedicht. Ik besefte het zelf niet eens. Tot ik gisteren dat woord zag staan tussen de zoekmachinetermen die de jullie, lezers, naar mijn blog geleid hadden. Ja, jullie, allerliefste lezers, hadden dat rare woord in een zoekmachine ingetypt en waren dan teleurgesteld op deze blog beland. Even helemaal van de kaart. Ik hé, niet jullie. Jullie misschien ook, maar daar gaat het nu niet om. Je moet maar geen rare woorden in zoekmachines intikken. Dan kom je vast en zeker nog op raardere dingen dan deze blog terecht. Even helemaal overdonderd. Ik ben er al over hoor, nu. En het woord blijft lekker staan.

NAH!

Genoeg gepraat, tijd om te praten. Neen, ‘t is waar, dat zijn niet mijn woorden. Nou, toch wel, want ik spreek ze uit. Al is dat spreken in dit geval schrijven. Typen eigenlijk. Maar ik heb die woorden geleend. Neen, de woorden niet. Het zijn allemaal heel courante woorden, en courante woorden leen je niet, die zijn van iedereen. Van iedereen en niemand. Ik heb de combinatie van die woorden geleend. Citeren noemt men dat. En als je citeert, dan moet je je bron vermelden. Mijn bron is Wim Helsen, in zijn programma dat helaas afgelopen is. Dat is heel belangrijk, dat je je bron vermeldt, leert mijn promotor me. Zeker in een bachelorproef. Of een scriptie volgend jaar. Want die controleren ze op plagiaat. Maar ook zonder controle moet je je bron vermelden. Dat doen wij veel te weinig, iets doen als je er niet op gecontroleerd wordt.

En dat brengt mij naadloos terug bij mijn onderwerp. Goed hé! Je dacht dat ik aan het afwijken was hé, maar niets is minder waar. Alles was onderdeel van het grotere “plan”. Alles uitgewerkt. Tot in de puntjes.

Mijn onderwerp dus. Wel, ík zeg goeiendag aan de mensen, ook zonder controle! Of eigenlijk: alléén zonder controle. En daarom ben ik opgelucht. Opgelucht dat de week van de goeiedag voorbij is. Ik ben van mijn boeien verlost. Ik heb ze afgeworpen en loop weer rustig knikjes en glimlachjes uit te delen.

huisje

Ja, ik durfde niet meer vriendelijk te zijn op straat, vorige week. Bang dat de mensen zouden denken dat ik het voor de wedstrijd deed. Voor het geld. Maar ik doe het niet voor het geld. Ik doe het voor de mensen, want wie weet, kom ik op een dag een mevrouwtje of een meneertje tegen dat het eventjes niet meer ziet zitten. Een mevrouwtje of een meneertje dat de hele dag eenzaam en alleen in z’n huisje opgesloten zit. En dan komt het mevrouwtje of het meneertje eventjes buiten, en dan is er daar een meisje (of een jongedame, of een mevrouw(tje) als het echt moet) dat haar of hem vriendelijk toelacht. En dan is het mevrouwtje of het meneertje heel eventjes blij, en kan het er weer een paar weken tegenaan, daar eenzaam en alleen in haar of zijn huisje.

Men weet nooit.

Stem op Hasselt!

Mijn restaurant

5 provincies, 5 duo’s, 5 beginnende restaurants.

Het westen van het noorden van ons land is reeds geëlimineerd. Eerst de twee Gentse schoonbroers, wiens ambitie eten te maken “voor het Gentse volk” niet strookte met het concept “toprestaurant”. Daarna het nog veel te prille koppeltje Pieter en Ghislaine, aka “geit van het jaar”, uit de moeder der badsteden. Oostende zal hen niet missen. De VTM-kijkers misschien wel, met alle sensatie die deze verloofden brachten.

Nog 3 te gaan. Antwerpen, winnaars als je hen mag geloven. Leuven, de underdogs. Gevaarlijke underdogs wel, zoals underdogs vaak blijken. En Hasselt. Sympathiek, gezellig, winnaars volgens de publieke opinie.

Yanaika en Stefanie

Gisteren werden de nominaties voor de derde eliminatieronde bekend gemaakt. De laatste eliminatieronde ook, voor de finale. Hasselt en Antwerpen moeten het tegen elkaar opnemen. Leuven, die nochtans al twee keer genomineerd was (en meer kan niet, want er zijn nog maar twee eliminatierondes geweest), zit rechtstreeks in de finale.

Proficiat Jelle en Micheline. Ik ben een goede verliezer, ik wens de winnaars proficiat. Al is het met een wrang gevoel. Misschien ben ik dan toch niet zo’n goede verliezer. Misschien heb ik gelijk. Wie zal het zeggen? Wie zal het weten? Joost misschien? Proficiat Leuven, hoewel ik het niet eerlijk vind dat jullie de jury een maître voorschotelden die niet van jullie is. Die -geef zelf maar toe- alles tot in de puntjes voor jullie geregeld heeft (een jurytafel kiezen, een kelner aanstellen voor die tafel, in de zaal rondballaderen als maître d’hotel…). Maar binnenkort moeten jullie het zelf weer doen. En hoe gesmeerd zal het dan lopen?

Maar zoals ik al zei, misschien ben ik gewoon een slechte verliezer. Daar valt iets aan te doen: als je niet goed bent in verliezen, dan moet je winnen! Laten we ons op winnen concentreren.

Ik doe niet mee aan Mijn Restaurant. Gelukkig maar , want dat zou betekenen dat ik Ghislaine was (aangezien ik West-Vlaming ben). En ik heb geen ambities om geit te worden. Niet van het jaar, niet van de maand, hoogstens van de dag als het echt moet en ik een slecht dagje heb. Maar als ik niet meedoe, hoe kan ik dan winnen? Hoe kan een supporter van Anderlecht winnen als hij niet zelf speelt? Inderdaad, omdat hij supporter is. Als “zijn ploeg” wint, dan wint hij ook! (Al zal het dan dit jaar niet zijn, helaas.)

Exquisa

Wel, ik ben supporter van de Exquisa, het restaurant van de sympathieke Hasseltse meisjes Yanaika en Stephanie. Dus als ik wil winnen, moet Hasselt winnen. Hasselt moet niet alleen winnen omdat ik wil winnen hoor, Hasselt moet winnen omdat ze het best zijn. Het sympathiekst, het gezelligst, het … En ze zijn goed ook. Ze brengen kwaliteit, ze hebben nog veel groeipotentieel, en zo verder en zo voort. Dat zijn niet mijn woorden, die komen van de jury, van de concurrerende kandidaten, van vele kijkers, van iedereen.

Maar als Hasselt moet winnen, dan moeten ze in de finale geraken. En dan moeten ze dus meer stemmen halen dan Antwerpen. Dat lijkt niet echt moeilijk, want Antwerpen is arrogant. En nee, Antwerpse lezers, ik heb het niet op jullie, ik heb het op het deelnemersduo. En op de kok.

Waar op Yanaika’s gezicht enkel medelijden te lezen valt wanneer Antwerpen door de jury de grond ingeboord wordt, heeft Antwerpen enkel leedvermaak bij ieder puntje van kritiek dat Hasselt over zich heen krijgt. Met de bijna uitsluitend positieve commentaar op hun Leuvense concurrenten, kon geen van beiden lachen, maar hoe zou je zelf zijn als het besef steeds meer groeit dat je laatste week wel eens geslagen zou kunnen zijn? Dat de underdog je geklopt heeft?

Dus Hasselt zal de finale wel halen. Als Vlaanderen correct stemt. Als niet alle Hasseltfans op hun lauweren gaan rusten. Ik duim alvast met de meisjes mee! En finales, die mag je niet verliezen. Dus dan duim ik nog harder. Of op z’n minst even hard.

Zalig, die zon!

Ik heb de zon gezien, daarboven in de hemel, de zon gezien, daarboven in de lucht!

Al dagen kriebelt het: ik wil naar buiten! Met plezier heb ik dit weekend enkele uurtjes geleerd, in plaats van aan mijn toch net iets dringendere bachelorproef te werken. Als je kunt kiezen tussen buiten in het zonnetje en binnen aan een warmte gevende laptop, dan is de keuze snel gemaakt.

Dus heb ik dinsdag besloten om vandaag enkele uurtjes in het Zuidpark te gaan werken. Ik had daar enkele weken geleden voor het eerst door gelopen, en ik vond het wel een aantrekkelijke plaats. Toen zat het er echter nog niet vol studenten. Nu wel. Het park is er niet minder aantrekkelijk op geworden, integendeel. Studerende studenten, luilekkerende studenten, genietende studenten. Een cursus in de hand, een stilo in de mond of een drankje in de hand, een ijsje in de mond… verscheidenheid maakt blij!

Ze schijnt voor jou en mij, daarboven in de hemel, voor jou en mij, daarboven in de lucht!

Daar zat ik dan, te werken aan mijn peer-feedback voor Franse taalvaardigheid. In mensentaal: tekstjes te evalueren van een dertigtal medestudenten. Dat dat betekent dat dat dertigtal medestudenten ook mijn tekstje moet evalueren, was eerst een schok; ik had dit tekstje niet geschreven met het oog op openbaarheid. Maar van die schok ben ik al lang hersteld: het zonnetje lonkt!

Het geroezemoes om me heen bracht me in de ideale stemming om poëtisch literaire tekstjes te lezen. De zalige zon zorgde voor dat tikkeltje plezier dat van werken ontspannen maakt. De mini-ratjes op de schouders van mijn toevallige buurman, en even later ook op mijn eigen arm, gaven me de nodige sensatie om van een gewone donderdag een memorabele namiddag te maken. Het sinaasappel-aardbei-ZESTdrankje op weg terug naar mijn kot, was de kers op de taart. De perfectie dicht benaderd.

Na anderhalf uurtje moest ik er dan toch een eind aan maken. De plicht riep. Een bachelorpaper schrijft zichzelf niet. Mijn corpus zal zich ook niet uit zichzelf analyseren. Zinnen zijn geen mensen, die zichzelf vrijwillig binnenstebuiten keren. Helaas, pindakaas! Dan zullen wij ons er maar weer over buigen. We sluiten ons op in ons kamertje, sluiten de zon uit ons leven en zwoegen nog enkele uurtjes. Maar we zijn niet bedroefd, want binnenkort wacht ons de zomervakantie, en hopelijk ook

De zon, de zon, de zon!

Volgende Pagina »


Volg je neus,

dan kom je er wel!

Jij bent bezoeker

  • 17,025

What happened before...

Ik tel de dagen...

mei 2008
M D W D V Z Z
« Apr   Jun »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031