Vandaag in de Knack: De top 50 van de Vlaamse literatuur. Als studente Nederlands ben ik natuurlijk geïnteresseerd: Wat staat erin? Wat staat er niet in? Wanneer ik het lijstje overloop, ben ik verbaasd hoeveel werken ik al gelezen heb - om van het aantal werken waar ik al van gehoord heb, maar te zwijgen; daar ben ik immers minder verrast over na 3 jaar Nederlandse literatuurgeschiedenis.
Op 1 staat Louis Paul Boon, met De Kapellekensbaan. Dat heb ik nog niet gelezen, maar het staat me hoogstwaarschijnlijk volgend jaar wel te wachten.
Op 6 kom ik het eerste werk tegen dat ik gelezen heb. Bezette stad, van Paul van Ostaijen. Een mooi werk.

Van Guido Gezelle heb ik ook wat moeten lezen. Gedichten, staat er in de Knack, en dat blijkt een verzamelnaam te zijn van 4 dichtbundels, waaronder Kerhofblommen. Nou, dan begrijp ik niet wat hij hier op de 8ste plaats komt doen, want ik vond er niets aan!
Op 11 vinden we De man die zijn haar kort liet knippen, van Johan Daisne, een boek dat ik met heel veel plezier gelezen heb. Ik moet potentiële lezers wel waarschuwen: uit discussies tijdens de les blijkt dat lang niet iedereen dit boek kon smaken!
Elias, of het gevecht met de nachtegalen van Maurice Gilliams vind ik overroepen. Het zit goed ineen, want naar het schijnt is de vorm heel bijzonder, maar wat het verhaal betreft, ben ik niet overtuigd van deze 12e plaats. Lelijk is het niet, maar het kon mij niet boeien. Hoewel het boekje maar een 100tal bladzijden telt, heb ik moeite moeten doen om het uit te lezen.
Op 15 staat Van den Vos Reynaerde, geschreven door “Willem, die Madoc maekede”. Ik heb dit vehaaltje in het Middelnederlands gelezen, en zal binnenkort een hoofdstuk van haar Franse moeder Le Roman de Renart lezen in het Oud-Frans.
Over Paul Snoek, die op 25 terug te vinden is, heb ik vorig jaar een heel semester les gekregen. Ik heb dan ook heel veel van zijn gedichten gelezen, en op het einde wist ik hem wel te smaken.
Ook van Richard Minne (26) heb ik vorig jaar een bundel gelezen en besproken.
Jotie T’ Hooft staat ook in de top 50 met Junkieverdriet. Deze nummer 28 is mijn favoriet, dat kon je hier al lezen.

Karel ende Elegast (30) en Beatrijs (32) behoorden tot de verplichte lectuur in mijn eerste jaar aan de UGent. Elckerlyc (35) in het tweede jaar. Allemaal in hun oorspronkelijke, Middelnederlandse versie weliswaar.
Ik was verbaasd toen ik Xanthippe van Paul Lebeau op 38 zag staan. Dat boek heb ik ooit eens gewonnen, en toen ik het las, oversteeg het mijn verwachtingen. Ik vond het echt mooi! Maar ik heb nooit geweten dat het boek zo bekend was.
Naast een Top 50 van dode auteurs, vind je ook een Tip 10 in de Knack. Van deze Tip 10 heb ik slechts één boek gelezen: Wit is altijd schoon, van Leo Pleysier. Speciaal, maar mooi.
Wit is altijd schoon vond ik toch niet zo goed