Archief voor april 2008

Karakter

Als je veel werk hebt voor school, en je wilt ook nog wat aan je conditie werken, en daarnaast heb je natuurlijk ook nog zin in ontspanning, dan heb je vooral nood aan één ingrediënt: KARAKTER. Maar laat dat nu net zo moeilijk zijn, karakter hebben. Het houdt nooit op. Als je op een bepaald moment zin hebt om naar een filmpje te kijken, en je slaagt erin om ondanks die zin tóch te blijven werken, dan heb je karakter. Maar als je zin blijft hebben in dat filmpje, dan moet je om de 5 minuten karakter hebben, en een zwak moment is dan niet ver weg. Een uur aan een stuk werken, is dan een groot succes. Vandaar dat ik, als ik af en toe eens mijn uren bijhoud, met kwartiertjes werk. Elk kwartiertje dat ik gewerkt heb, zet ik een kruisje. En ja, af en toe werk ik maar een kwartiertje met de keer!

Wie zijn dan zo de boosdoeners? De vijanden van het karakter?

De televisie, vooral na het avondmaal. En dan vooral de mensen die ook naar de televisie kijken. Behalve op dinsdag- en donderdagavond, dan is het echt de televisie die voor boeman speelt.

televisie

De computer, met het internet natuurlijk. De hele dag door. Van ’s morgens vroeg, als je opstaat en de knop van je laptop indrukt, tot ’s avonds laat. Vaak laat je er je slaap voor. En als je zit te studeren of te werken, dan gaan je gedachten steeds weer naar die computer: “Oh, ik ben nog vergeten dit op te zoeken, oh, ik zou wel eens kijken naar die site, oh, zou ik een mail hebben, enzovoort.”

DVD’s. Als je aan de verleiding om naar een filmpje te kijken, toegeeft, dan ben je meteen heel veel tijd kwijt. en ook je zin om te werken is helemaal weg natuurlijk.

En nog zo veel meer. Als je geen zin hebt om te werken, dan is elk excuus goed!

Maar nu zou ik toch beter weer naar mijn bachelorpaper weerkeren. Hij ligt daar zo lief op mij te wachten, maar ja, mijn blog riep mij zo aanlokkelijk…

Brandalarm

6u53. Ik word wakker, niet wetende dat het pas 6u53 is. Hoewel ik gisterenavond doodmoe was, ben ik nu klaarwakker. Gewekt door een luid, doordringend en vooral irritant lawaai. Het brandalarm. Het duurt niet lang of ik sta naast mijn bed. Ik weet dat het waarschijnlijk loos alarm is, in die drie jaar hier op kot heb ik het al nog eens meegemaakt. Maar toch, ik moet naar beneden. Voor het geval dat het dit keer toch echt is. En ook omdat het lawaai enkel buiten te verduren is.

Ik kom op de gang, als eerste. Ik ben de gang nog niet uit, of nog twee deuren gaan open. Slaperige gezichten. “Zou het echt zijn? Moeten we nu naar beneden?” Ik open de deur naar de traphal. Rook. Veel witte rook. De deur weer dicht. “Ja, ‘t is echt, heel de traphal rookt.” Mensen druppelen onze gang binnen. Uit hun kamer, maar ook van de andere verdiepingen. Ze durven niet door het rookstuk heen naar buiten. “Is er hier geen nooduitgang, op de tweede verdieping?” Niets te zien…

Brand

Uiteindelijk zoeken we ons toch een doortocht door de rook. Ik had immers al iemand naar beneden zien gaan, de eerste keer dat ik de deur opende. Aangezien die jongen nog niet terug was, en we hem niet horen roepen hadden, zou de weg naar buiten wel vrij veilig zijn. In elk geval veiliger dan boven te blijven, in een brandend gebouw.

Stapvoets naar beneden. Veel te traag, maar we zien geen steek. Telkens als ik mijn mond opendoe om adem te halen, pijnlijke steken in mijn keel. Ik gewaar ook een slechte smaak.

Eindelijk beneden. In de hal liggen twee leeggespoten brandblusapparaten. Het begint ons te dagen: gewoon een smerige grap van een paar lolbroeken met een stuk in hun kraag. Toch blijven we buiten staan, niet helemaal zeker. Het volk stroomt toe. Voor het eerst zie ik zo veel van mijn kotgenoten samen. Jammer dat ik mijn lenzen niet inheb.

Brandblusapparaat

Na tien minuten horen we sirenes. De mug. Van de andere kant komen de brandweerwagens ook toe. Drie in totaal. En ook nog een ziekenwagen. De brandweerlui stappen uit, groeten elkaar met een handdruk, en staan lummelend naar ons kot te kijken. Ook zij hebben door dat er hier niet veel werk voor hen zal zijn. Één brandweerman speurt het hele kot af, brengt het officiële “niets aan de hand”, en de brandweerwagens druipen af, evenals de 100. Enkel een groepje politieagenten, dat uit het niets lijkt te komen, blijft over.

Het meisje dat gebeld heeft, moet een verklaring afleggen, de rest mag weer naar zijn kamer. Zo zit ik om 7u13 weer veilig op mijn kamer, met enkel keelpijn en een grote nadorst. En een laag “stof” op mijn hoofd, mijn handen en mijn haar.

Shout!

Er moet iets van mijn lever. En waar kan dat beter dan op mijn blog, want daar dient een blog toch voor?

Ik sprak vroeger al eens over Magnus Carlsen en Sergey Karjakin, 2 wonderkinderen die het op jonge leeftijd al ver geschopt hebben in de schaakwereld. Heel ver. Beiden, intussen supergrootmeesters, zijn in de eerste ratinglijst van dit jaar de top 15 van de wereld binnengetuimeld. Carlsen op 13, Karjakin op 14, 1 plaats en 1 punt achter zijn Noorse leeftijdsgenoot. Een verwaarloosbaar verschil dus.

Karjakin

Maar… We zijn nu 3 maanden ver in 2008, en wat hebben we dit jaar gezien? Carlsen mocht meedoen in de A-groep van het Corus tornooi, waar hij vorig jaar laatste eindigde. Karjakin, die vorig jaar goed meespeelde in die groep, kreeg geen uitnodiging in de bus. Carlsen mocht ook in Linares/Morelia, het tweede Grand Slamtornooi, meevechten. Alweer mocht Karjakin op droog zaad zitten.

Rating Chart Magnus Carlsen

Rating chart Carlsen

Het gevolg? Wonder Boy Carlsen stijgt massaal veel in elo en vliegt in de april-lijst de top 5 binnen. Wat een talent! Deze jongen is echt wereldtop! De vraag is nu nog: wanneer wordt Magnus the Magnificient wereldkampioen?

Carlsen

En Karjakin? Geen enkele officiële partij heeft de jonge Oekraïener gespeeld in de laatste 3 maanden. Geen enkel punt is hij dan ook gestegen. Daar staat hij, op plaats 13 nu, en hopeloos veel achter zijn leeftijdsgenootje, dat in zijn 27 partijen tegen toppers 32 punten gestegen is, en wat meer is, onnoemelijk veel ervaring en maturiteit opgedaan heeft. Hoe haal je dat ooit in?

Rating Chart Sergey Karjakin

Rating chart Karjakin

En oké, het moet gezegd, Carlsen heeft bewezen dat hij de kansen die hij krijgt, waard is. Op Corus werd hij gedeeld eerste, in Linares/Morelia alleen tweede. Niemand hoort mij zeggen dat hij niet goed is! Maar waarom zou Karjakin die kansen niet waard zijn? Waarom mag hij niets bewijzen? Vriendjespolitiek? Sorry Karjakin, de schaakwereld wil je blijkbaar niet. Probeer het eens in een andere sport, daar zal je misschien meer succes hebben!

Of zie ik het verkeerd?

Het programma van Wim Helsen

Elke vrijdag op Canvas, zo rond 20u40: Het programma van Wim Helsen. Gegarandeerd tranen in de ogen van het lachen, hier in de huiskamer. Elke week ontvangt Wim Helsen, bij het grote publiek vooral bekend sinds zijn rubriek Vrienden van de poëzie in Man bijt Hond, 5 gasten in 5 kamertjes. Vooraf weet hij niet wat hem te wachten staat en minstens de helft van zijn bezoekjes eindigen in een fiasco.

Wim Helsen

Co-presentatrice is Sien Eggers, door mij (en met mij waarschijnlijk velen) voordien enkel gekend als Prot(p)ut uit Het Eiland. Een ware ontdekking! Haar droge manier van doen is volledig complementair met Wims “normale zelf”. Ze laat zich niet doen, is niet de grijze bijfiguur maar een volwaardige gesprekspartner, iets wat niet altijd gemakkelijk is bij Wim Helsen, denk ik.

Zie hier het allereerste kamertje van de allereerste aflevering:

Vind je het niet zo hilarisch als je eventueel verwacht had na mijn lovende woorden, bijt je dan door je teleurstelling en zap vrijdag gewoon rond 20u40 naar Canvas, want het wordt steeds beter!

Knacks canon van de Vlaamse literatuur

Vandaag in de Knack: De top 50 van de Vlaamse literatuur. Als studente Nederlands ben ik natuurlijk geïnteresseerd: Wat staat erin? Wat staat er niet in? Wanneer ik het lijstje overloop, ben ik verbaasd hoeveel werken ik al gelezen heb - om van het aantal werken waar ik al van gehoord heb, maar te zwijgen; daar ben ik immers minder verrast over na 3 jaar Nederlandse literatuurgeschiedenis.

Op 1 staat Louis Paul Boon, met De Kapellekensbaan. Dat heb ik nog niet gelezen, maar het staat me hoogstwaarschijnlijk volgend jaar wel te wachten.

 Op 6 kom ik het eerste werk tegen dat ik gelezen heb. Bezette stad, van Paul van Ostaijen. Een mooi werk.

Bezette stad

 Van Guido Gezelle heb ik ook wat moeten lezen. Gedichten, staat er in de Knack, en dat blijkt een verzamelnaam te zijn van 4 dichtbundels, waaronder Kerhofblommen. Nou, dan begrijp ik niet wat hij hier op de 8ste plaats komt doen, want ik vond er niets aan!

 Op 11 vinden we De man die zijn haar kort liet knippen, van Johan Daisne, een boek dat ik met heel veel plezier gelezen heb. Ik moet potentiële lezers wel waarschuwen: uit discussies tijdens de les blijkt dat lang niet iedereen dit boek kon smaken!

Elias, of het gevecht met de nachtegalen van Maurice Gilliams vind ik overroepen. Het zit goed ineen, want naar het schijnt is de vorm heel bijzonder, maar wat het verhaal betreft, ben ik niet overtuigd van deze 12e plaats. Lelijk is het niet, maar het kon mij niet boeien. Hoewel het boekje maar een 100tal bladzijden telt, heb ik moeite moeten doen om het uit te lezen.

 Op 15 staat Van den Vos Reynaerde, geschreven door “Willem, die Madoc maekede”. Ik heb dit vehaaltje in het Middelnederlands gelezen, en zal binnenkort een hoofdstuk van haar Franse moeder Le Roman de Renart lezen in het Oud-Frans.

Over Paul Snoek, die op 25 terug te vinden is, heb ik vorig jaar een heel semester les gekregen. Ik heb dan ook heel veel van zijn gedichten gelezen, en op het einde wist ik hem wel te smaken.

Ook van Richard Minne (26) heb ik vorig jaar een bundel gelezen en besproken.

Jotie T’ Hooft staat ook in de top 50 met Junkieverdriet. Deze nummer 28 is mijn favoriet, dat kon je hier al lezen.

Jotie T' Hooft

Karel ende Elegast (30) en Beatrijs (32) behoorden tot de verplichte lectuur in mijn eerste jaar aan de UGent. Elckerlyc (35) in het tweede jaar. Allemaal in hun oorspronkelijke, Middelnederlandse versie weliswaar.

 Ik was verbaasd toen ik Xanthippe van Paul Lebeau op 38 zag staan. Dat boek heb ik ooit eens gewonnen, en toen ik het las, oversteeg het mijn verwachtingen. Ik vond het echt mooi! Maar ik heb nooit geweten dat het boek zo bekend was.

Naast een Top 50 van dode auteurs, vind je ook een Tip 10 in de Knack. Van deze Tip 10 heb ik slechts één boek gelezen: Wit is altijd schoon, van Leo Pleysier. Speciaal, maar mooi.

Gefopt!

1 april. “Verzenderkensdag”, weet de Druivelaar ons te vertellen. In mensentaal: “1 apriiiiiil!” En dan eventueel nog een zo raar mogelijk woord dat op apriiiiiiil rijmt er achteraan: kikkerdril, kippenbil, dikke bil… Wat je maar wilt. Of niet wilt.

1 april

 1 april is niet zo mijn ding. Meestal heb ik er geen zin in om mijn kop te breken op een grappige misleiding, en nog veel minder zin heb ik erin om zelf beetgenomen te worden. Zeker vandaag niet.

Eigenlijk vind ik 1 april een dag voor de kindjes. Een bende op hol geslagen lagere-schoolkinderen die luid lachend plannetjes verzinnen om de mensen eens goed beet te nemen. Wat dan meestal uitdraait op giechelend een telefoonnummer draaien, de adrenaline in je lichaam te voelen pompen als er opgenomen wordt, en dan één of andere scheve zin te mompelen voor je gierend van het lachen de hoorn weer op het toestel gooit.

telefoon spelletje

Één keer hadden mijn vriendinnen en ik een groot plan bedacht: we zouden ’s morgens vroeg naar school komen, allemaal een paar rollen wc-papier meebrengen, naar boven glippen tijdens de ochtendspeeltijd (elk via een andere trap, zodat het niet te veel zou opvallen) en ons klaslokaal met dat toiletpapier “versieren”. We zouden nog wel een paar onschuldige dingen doen, maar ik weet niet precies meer wat.

Het plan begon goed: we waren mooi op tijd op school, gewapend met onze rollen. We splitsen en zochten nonchalant elk onze trap op. Daar aangekomen zagen we echter onze aprilvis in het water vallen. Elke trap werd bewaakt door een leerkracht. Orders van de directrice: geen geintjes in mijn school!

trap bewaakt

Sindsdien vind ik dus niets meer aan 1 april. Zoveel moeite voor een grap, en dan zorgen die stomme volwassenen ervoor dat je hen niet eens kúnt verschalken…

1 keer was ik echter zelf slachtoffer van een aprilgrap. Mijn moeder was de gelukkige die mij beet wist te nemen. Ik was denk ik 10 jaar, en een heel verlegen meisje. Ik durfde nooit iemand aan te spreken, al helemaal niet als ik hen iets moest vragen. Zelfs de juffrouw op school durfde ik niets te vragen. Zelfs de altijd jolige buurman niet. Het is die buurman die in mijn mama’s grap betrokken werd:

ijsje

Ze was een taart aan het bakken, mijn moeder. Waarschijnlijk voor een verjaardagsfeestje of zo. Plots bleek ze iets te kort te hebben: een zakje claustrofobie. Of ik er om wilde gaan bij de buren. Tot haar uiterste verbazing trok ik mijn stoute schoenen aan en ging ik aanbellen. Ik dacht dat “een zakje claustrofobie” een zakje gelatine was, al wist ik toen nog niet hoe dat heette. Beteuterd keerde ik terug naar huis met een vuilzak in mijn handen. Ik wist dat ik het verkeerde meegekregen had, maar ik had de buurman niet durven zeggen dat het dat niet was. Lachend legde mijn mama me de grap uit. Als beloning (omdat ik het had durven vragen) en ook wel een beetje als troost, kreeg ik een ijsje. Plots vond ik 1 april zo erg nog niet!

Volgende Pagina »


Volg je neus,

dan kom je er wel!

Jij bent bezoeker

  • 17,025

What happened before...

Ik tel de dagen...

april 2008
M D W D V Z Z
« Mrt   Mei »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930