Archief voor februari 2008

Sacré Charlemagne – France Gall

Vandaag bespreek ik bij wijze van uitzondering eens één enkel liedje, Sacré Charlemagne van France Gall. Het is een leuk liedje voor de kindjes onder ons, maar ook ik vind het wel leuk (al ligt dat misschien aan het kind in mij…).

Ik heb het liedje leren kennen in de les Franse Cultuurkunde, waar ik hier al het één en ander over verteld heb. Geen cultuurkunde van Frankrijk die zichzelf serieus neemt, kan onder Charlemagne (Karel de Grote) uit natuurlijk. Karel de Grote is vooral gekend voor zijn expansiepolitiek: hij was heerser van een heel groot rijk. In de Oud-Franse Chansons de geste werden veel van zijn veldslagen verhaald. Ook de administratie kreeg vorm onder deze grote heerser. Maar daarover gaat het niet in dit lied. Nee, in dit lied wordt er op een ironische manier hulde gebracht aan de Charlemagne, vader van de schoolplicht.

 Qui a eu cette idée folle
Un jour d’inventer l’école
C’est ce sacré Charlemagne
Sacré Charlemagne
De nous laisser dans la vie
Que les dimanches, les jeudis
C’est ce sacré Charlemagne
Sacré Charlemagne

Het liedje begint ongeveer na een halve minuut.

Citaat van de week: who’s there?

Knock, knock! Who’s there?

Shakespeare gebruikte deze zin in zijn Macbeth, maar hij zal zeker niet de enige zijn die ze in zijn mond genomen heeft.

Porter: 

Here’s a knocking indeed! If a man were porter of Hell Gate, he should have old turning the key. [Knock] Knock, knock, knock! Who’s there, i’th’ name of Belzebub?… [Knock] Knock, Knock! Who’s there, in th’ other devil’s name?

Waarom dit citaat? Zoals je ziet, hebben al meer dan 5500 lezers deze blog bezocht. Veel van die lezers geraken hier via zoekmachines. Bij die bezoekers doen vooral mijn posts over Tila Tequila en over Kate Moennig het goed. Maar wie zijn die andere bezoekers? Mijn vrouwelijke nieuwsgierigheid vraagt zich dat vaak af. Dus wie zin heeft om mijn vrouwelijke nieuwsgierigheid te bevredigen, of wie gewoon soms eens denkt: “hier wil ik op reageren”, aarzel niet! Ik bijt niet.

Dat brengt me bij een ander citaat, dat op een postertje met een bulldogachtige hond staat, dat op mijn kamer hangt:

Relax, soms bijt ik niet.

Ben je één van die mensen die graag op de achtergrond blijven, lees je liever dan dat je schrijft,… Geen paniek! Je bent meer dan welkom, ik word graag gelezen!

Bedankt

Les Fatals Picards

Les Fatals Picards

 Tijd om de draad op te nemen waar we die achter gelaten hebben en nog eens een Franse muziekgroep te bespreken. Vandaag kies ik voor Les Fatals Picards, de groep die in 2007 Frankrijk vertegenwoordigde op Eurovision, met het liedje L’amour à la française. (En de aandachtige lezer kan misschien het niet zo toevallige verband zien tussen de titel van dat liedje en deze rubriek.)

Ik vond het liedje super! Helaas bleek ik één van de weinigen, want Frankrijk, dat als één van de grote/organiserende landen rechtstreeks geplaatst is voor de finale, eindigde 22ste (van de 24 landen).

Maar niet getreurd, Eurovision en Youtube hebben me dus een nieuwe groep leren kennen.

Dors mon fils

Leuk vind ik ook La ferme, een liedje met een laag muzikaal gehalte, waarin je een verhaaltje te horen krijgt dat vooral bestaat uit opsommingen van dieren, met af en toe grappige tussenwerpingen. Wanneer je dan na 7 minuten:

Les enfants ? Les enfants, revenez les enfants, la chanson est pas terminée hein, on n’a pas encore fait le refrain là encore ! Mais c’est toujours pareil avec les enfants, ils sont impatients, hein ! Ils ont d’énormes problèmes de concentration vos enfants, hein ! J’imagine même pas s’ils devaient écouter quelque chose de pénible, hein ! Ah vous allez voir plus tard dans la vie il faudra être plus patients les enfants, hein !
Bon, j’en étais où moi ?… Je sais plus là. Oh vous m’avez… Oh y m’… Rhaa… Y m’ont… Y m’ont fait rater… Bon, ben, j’vais reprendre depuis l’début, j’crois qu’c'est plus simple, hein ! Bon, j’fais pas l’intro, comme ça on gagne du temps.

hoort, dan slaat de paniek toe: niet nog eens! Maar gelukkig, anderhalve minuut later is het liedje toch afgelopen. En wat doe je dan? Nog eens luisteren!

La ferme

En gisteren heb ik dan nog een nieuw liedje leren kennen. Nu ja, nieuw, het bestaat al van 2007, maar ik ken het pas sinds gisteren, dus in dat opzicht kun je het wel nieuw noemen hé. Het is mooi én grappig. Luister naar Moi je vis chez Amélie Poulain.

Citaat van de week: sorry

How do you live so happily while I am sad and broken down?

 Een zin uit het liedje Where does the good go? van Tegan and Sara. Ik vind het een heel mooi liedje, maar bij die zin moet ik altijd eventjes slikken. Ik weet dat ik de laatste tijd iemand heel veel pijn gedaan heb, en hoewel ik weet dat ik al veel te vaak sorry gezegd heb, wil ik me hier nog één keer verontschuldigen. Bij deze…

Trein-frustraties

Vroeger ging ik graag met de trein. Je kon er op het gemak zitten dromen. Of lezen. Of gewoon gesprekjes afluisteren van de mensen rondom jou.

Trein

 Maar de laatste tijd stapelen de trein-frustraties zich op. Niet alleen ontneemt de trein je de zon, moet je er afscheid op nemen,… Maar ook en vooral zijn er veel te vaak “persoonsongevallen”, zoals ze het in het station zo graag noemen. Met andere woorden: mensen die zich voor de trein gooien.

Ik vind zelfmoord sowieso al egoïstisch. Je ontloopt je eigen problemen ermee, maar bezorgt wel een heleboel andere mensen heel veel pijn en zorgen. Maar ik ga mensen die zelfmoord plegen niet veroordelen. Wat je niet begrijpt, moet je maar aanvaarden. En aanvaarden dat je niet alles kunt begrijpen…

Zelfmoord

Maar onder een trein springen is nog extra egoïstisch. Niet alleen traumatiseer je de conducteur, die daarmee een persoon doodgereden heeft, ook de mensen die op de trein zitten, worden met jouw in het rond vliegende ledematen geconfronteerd. Nadat ze die traumatiserende ervaring hebben meegemaakt, krijgen ze ook nog alle tijd om die dieper te laten inwerken, want hun trein komt tot stilstand en vertrekt pas als er een nieuwe chauffeur is, als de hulpdiensten de stand van zaken opgemeten hebben, als…

Ook de andere reizigers worden met je dood geconfronteerd. Zij die op jouw lijn reizen, lopen gemakkelijk een half uur vertraging op – vaak zelfs een uur of meer. Als zij dan stapvoets de plaats waar jouw leven een vlucht genomen heeft, passeren, zien ze eventueel nog ergens een afgerukte arm liggen, waar ze jaren later nog rillingen van krijgen als ze eraan terug denken.

Tochtje ramptoerisme

Die reizigers die niet getrakteerd worden op een tochtje ramptoerisme, moeten uren in de kou op hun trein zitten wachten in het station, waardoor ze een verkoudheid oplopen, een examen missen, te laat komen voor hun sportwedstrijd, noem maar op.

De reizigers die niet op jouw lijn reizen, blijven ook niet gespaard: om de vijf minuten roept een stem voor het hele station af dat wegens een persoonsongeval de trein naar x een onbepaalde vertraging opgelopen heeft. De reizigers krijgen een bedrukt gevoel van die boodschap. Om van die stem nog maar te zwijgen. Als die twee uur aan een stuk om de vijf minuten over een persoonsongeval bericht moet geven, wat denkt u dat die daarna dan doet? Gezellig koffie drinken?

Koffie drinken

De familie is natuurlijk altijd de dupe bij een zelfmoord. Als je dierbare voor de trein gesprongen is, schaf je je echter wel gemakkelijker een auto aan, want de trein, daar blijf je toch een tijdje ver vandaan! En op die manier lijdt ook het klimaat onder jouw laatste daad. Maar dat is weer een ander verhaal…

Stap dus op de trein in plaats van eronder!

Citaat van de week: dromen

Wie te lang droomt, gaat op zijn schaduw lijken.

Een Indisch spreekwoord. Ik ben een dromer, dus ik heb recht van spreken, denk ik. Dromen is fantastisch, je kunt je er uren in verliezen. Dromen stellen je in staat om dingen te beleven die 100 keer beter zijn dan de werkelijkheid. Maar die werkelijkheid is alleen maar 100 keer slechter omdat je haar geen kans geeft!

En op een dag… Op een dag geef je de werkelijkheid een kans. En dan blijkt die nog zo veel beter dan je beste dromen! Gewoon, omdat je bij die dromen weet dat je droomt, en bij de werkelijkheid denkt dat je droomt! En omdat je bij de dromen weet dat alles perfect is, en bij de werkelijkheid hoopt dat alles perfect zal zijn. En dat maakt het gewoon perfect!

Wat ik eigenlijk wil zeggen:

Dromers! Hou op met dromen! Kijk eens rond! Doe in het echt wat je in je mooiste dromen zou doen! Leef!

Vrienden

Gisteren heb ik nog eens afgesproken met mijn vriendinnetjes van in het middelbaar. Altijd weer verbaast het me hoe je daarmee, hoewel je hen zo lang niet meer gezien hebt, gewoon weer de draad kunt oppikken. De hele dag praat je over vanalles en nog wat, waardoor je ’s avonds perfect geupdated bent over hun hele leven, en zij over dat van jou.

Vrienden

 Maar we hebben het natuurlijk niet alleen over ons nieuwe leven gehad. Ook oudere herinneringen werden boven gehaald. Herinneringen aan oude klasgenootjes. Wie heeft wie waar nog gezien na het afscheid? Herinneringen aan oude leraren. Verstoppertje spelen bij de leraar Nederlands. Herinneringen aan oude schoolreisjes en uitwisselingen. Een Duitse uitwisselingsbroer die Sofie op dag 1 al wilde “binnendoen”, mijn Siciliaanse zusje dat bij iedereen razend populair was maar mij vooral koppijn bezorgde…

Kortom: het was een gezellig dagje. En daar zijn vrienden voor!

Minouche alias Bobke aka Bastille of gewoon Poes

Vroeger hadden we een poes, Witje. Ik was nog maar een kleutertje toen, maar ik herinner me haar nog goed. En haar jongskes ook, hoewel ik me maar van één jongske meer de naam herinner: Tarzan. Het was een leuk jongske, Tarzan! Het durfde heel veel (vandaar natuurlijk zijn naam). Maar op een dag was Tarzan weg. Foetsie! En een paar dagen later was ook Witje verdwenen… Ik verdenk nog steeds een kattenhater uit de buurt. Wij waren altijd bang van hem, we verzonnen dat het een kinderlokker was, dus hij was zeker in staat om katten te vergiftigen!

poes-012.jpg

Maar toen hadden we dus geen poes meer. Tot deze zomer. Een vriendin van mijn moeder had een katje genomen, maar ze bleek er allergisch voor, dus kregen wij het. Mijn broer mocht een naam kiezen, en noemde haar Minouche. Mijn andere broer ging daar niet mee akkoord en noemde haar Bobke. Ik noemde haar stiekem Bastille. En mijn pa noemde haar altijd gewoon Poes. Maar officieel heette ze dus Minouche.

Minouche was een prachtige kat. Heel speels, maar ook heel lief! Toen ze voor het eerst in de tuin mocht, bleek er echter een probleem: de kat van de buren vond Minouche duidelijk niet lief, en Minouche haar ook niet. Doodsbang was ze van die grote kat! Ze durfde amper in de tuin!

poes-018.jpg

Op een dag was Minouche verdwenen. Weken aan een stuk hebben we haar niet gezien. Tot ze op een avond terugkwam. Het was al gauw duidelijk dat ze een ander huisje gevonden had. Daar hadden ze haar drie weken binnen gehouden, en toen ze weer buiten mocht, kwam ze terug naar ons. Maar nog steeds was ze bang van de poes van de buren. Dus koos ze uiteindelijk toch voor haar andere huis.

 Tot vorige week. Plots stond ze aan onze deur. De hele avond amuseerden mijn broers zich rot met Minouche. Ik niet, want ik was in Gent, ik had examen de dag erna. Een paar avonden later kwam ze weer terug. Het zag ernaar uit dat we weer een poes zouden hebben (de grote dikke poes van de buren was intussen gestorven, dus daar hoefde ze niet bang meer voor te zijn).

een_nieuwe_poes_na_vele_jaren_-_036.jpg

Maar ik was aan het studeren voor mijn examen over ironie. Dus het verhaaltje zou niet af zijn zonder dat er ironie aan te pas kwam. En laat het nu eens toevallig ironie du sort zijn!

De dag erna zagen we Minouche liggen, een straat van ons verwijderd, op straat, haar ene oog ingedeukt, haar andere oog uitgepuild. Dood.

Citaat van de week: op ‘t examen

Même le difficile peut être vite fait, seul l’impossible prend un peu plus de temps.

Dat citaat hing aan de deur in het lokaaltje waar ik mijn mondeling examen Franse taalkunde moest voorbereiden. De prof had het er waarschijnlijk speciaal opgehangen voor dat doel, want de week ervoor had ik in datzelfde lokaal ook examen gehad, en toen was het me niet opgevallen.

Het was wel grappig eigenlijk, ik had mij gehaast met mijn voorbereiding, want hoewel de anderen 20 à 25 minuten gekregen hadden, zei de prof tegen mij: “Binnen een kleine 10 minuutjes kom ik je dan halen.”

Dus na 6 minuten was ik klaar met mijn voorbereiding. En wat doet een mens dan? Rondkijken natuurlijk. Van de vele boeken Franse taalkunde kon ik enkel de titel zien, want ik durfde hen niet open te slaan. Stel je voor dat de prof me kwam halen en dat ik daar in die boeken aan het snuisteren was! Dat was mooi geweest! Dus bleef ik braaf op mijn stoeltje zitten en keek ik rond. En toen zag ik dus dat citaat hangen.

Toen wist ik dus: het examen is moeilijk, maar niet onmogelijk! Want in 6 minuten had ik het gemaakt! En een glimlach verscheen op m’n gezicht. Ja, in de examens is een mens rap content!


Volg je neus,

dan kom je er wel!

a

Jij bent bezoeker

  • 46,037

Ik tel de dagen…

februari 2008
M D W D V Z Z
« Jan   Mrt »
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
2526272829