Misschien vraagt u zich af, dierbare lezer, wanneer u de titel leest, of ik een slag van de molen gekregen heb, niet goed bij mijn hoofd ben, dolgedraaid ben, of verwoordt u het met nog een andere clichématige of goedgevonden uitdrukking? Het doet er niet toe, de kerngedachte blijft hetzelfde: Is zij gek? En, ook al zou ik de enige in het hele universum blijken te zijn, dat ben ik niet. Mijn enige bedoeling met deze tekst is om de rechten van schaakstukken te verdedigen, want heeft niet iedereen rechten? Mensen, dieren, planten? Zelfs tafels en stoelen hebben rechten, want het is door iedereen geweten dat deze niet dienen als objecten om een ander naar het hoofd te slingeren, en dat er zelfs niet, tenzij in uitzonderlijke gevallen, op gestaan mag worden.
Klinkt het dan niet logisch dat ook schaakstukken rechten moeten krijgen? Ze hebben plichten, waarom dus geen rechten? Het is een onderdrukt volk. Ze hebben niet de capaciteit om voor zichzelf op te komen, dus doe ik het in hun naam. Elk onderdrukt volk heeft een bevrijder. Laat mij dan de Martin Luther King der schaakstukken zijn. Ik heb een droom…

Eigenlijk ben ik verkeerd begonnen door te zeggen dat er maar 1 volk is. Ik had moeten spreken over 1 soort. Net zoals mensen een soort zijn. En nu denkt de helft van de lezers (als er al lezers zijn die het kunnen opbrengen om tot hier dat zogenaamde raaskallen van een net niet geïnterneerde te blijven lezen) dat ik bedoel dat er witte en zwarte stukken zijn. Ik sprak al over M.L.King… Maar zo is het dus niet. Logica is niet mijn beste vak.
Er zijn zes volkeren onder de schaakstukken.
Nu begint er bij de meesten een belletje te rinkelen. Hoop ik. Want als u nu nog niets duidelijk wordt, waarde lezer, zijn er nog twee mogelijkheden: of u bent verschrikkelijk traag (en dan valt u te beklagen in een wereld waar tijd geld is en het geld niet op de rug groeit en zonder geld niet te overleven valt), of u kent geen ene moer van het schaakspel. (Dan beklaag ik u nog meer, geachte lezer, want dan bent u nog beter traag. De kwaliteit van het leven is zoveel beter als je wel schaken kan.)
Laat me ophouden met rond de pot te draaien. Straks zie ik me nog genoodzaakt jullie gelijk te geven en mezelf knettergek te verklaren.

De Koning. Het meest verkeerd begrepen stuk der stukken. De arme man heeft de jammerlijke benaming gekregen van één der hoogst aanziene mensen in onze samenleving. En welke rechten krijgt de heer? Hij mag een beetje vooruit schuifelen als een hoogbejaarde dame, die haar gloriejaren al bijna een eeuw achter zich heeft. En (om protest te vermijden?) mag hij maximum één keer in zijn leven een grote sprong maken, maar… (en deze plichten kent elke schaker) er zijn nog bijna een heel boek regels aan verbonden, waarmee de voorheen genoemde man rekening moet houden, wil hij niet gesanctioneerd worden.
En wie van jullie, geachte lezers, zou zijn hele leven als klein wild opgejaagd willen worden, nooit veilig voor eventuele hinderlagen? Wat zou u ervan zeggen indien u bij elke stap drie maal om u heen zou moeten kijken of de kust veilig is? Wanneer uw bodyguards één voor één sneuvelen, zou u dan staan lachen en gelukkig wezen te zijn?

De dame (ook wel koningin) daarentegen, mag zich met rechte het meest bevoordeelde stuk in de kleine stukkenwereld dat het bord is, noemen. Zou de vrouwelijkheid van dit machtige wezen ook reflecteren op de spelers van dit edele spel? Zouden dus de vrouwen, die in de schaakwereld toch beduidend aan het kortste eind trekken, in werkelijkheid toch machtiger dan hun mannelijke tegenspelers blijken te zijn? Met andere woorden, wordt Judit Polgar binnenkort of binnen minder kort wereldkampioen? En wordt zij dan opgevolgd door Kateryna Lahno of een ander vrouwelijk talent - al dan niet uit ons bescheiden clubje of al even bescheiden landje? (Is dit nu wat men ‘wishful thinking’ noemt?)
Dit eventjes terzijde. Zelfs Martin Luther King gebruikte zijn toespraken soms ook voor eigen belangen.
De enige onderdrukking die de koningin in het spel ondervindt, is de onder-estimering van haar waarde: zelfs de Nederlanders en de Engelsen, die toch zelf door een koningin geregeerd worden, beamen dat het schaakspel om de koning draait. Dat terwijl die man toch overduidelijk ‘onder de sloef’ van vrouwlief ligt.
De toren heeft heel wat ongeluk gehad bij zijn naamgeving. Één of andere niet-verbeeldingrijke schaker moet op een ongelukkig moment op het nog ongelukkiger idee gekomen zijn dat het stuk, dat de naam draagt van een bewegingloos, maar gigantisch voorwerp, ook bewegingloos moet zijn. Dus zette de wrede man de toren verscholen achter alle andere stukken, als een zuil op de hoek van het bord, waardoor de pret voor de arme ziel maar kan beginnen in een latere fase van het spel, wanneer de andere stukken - en soms ook de (jongere) spelers, vooral op zondagochtend of -middag, na een zaterdagavondje uit - al te moe zijn om ook maar aan nog meer plezier maken te dénken.
De loper, raadsheer of zelfs, vrij vertaald uit vb. het Frans, de zot, heeft twee grote problemen. Ten eerste kan hij zich slechts op één kleur voortbewegen. En stelt u zich eens voor, geachte lezer, dat u een loper bent, die het spelletje speelt dat iedereen zich nog wel herinnert uit zijn kindertijd (of desnoods uit de kindertijd van één der talloze personages uit talloze kinderboeken), dat u alleen op de zwarte velden mag lopen en niet op de witte. En dan zet een verdomde speler u net op een wit veld, waardoor u gedwongen bent om op de witte velden voort te schrijden, terwijl u dat nu juist háát…
En dan nog dat enorme probleem van het kleine grut van de pionnen natuurlijk. Zestien kleine kinderen die niets liever doen dan net op die velden te gaan spelen, die tot het territorium van het eerwaarde slachtoffer behoren. Je zou voor minder een vijs verliezen (of zelfs meerdere) en dan - terecht natuurlijk - zot verklaard worden door onze ten zeerste beminde Franse schaakbroeders en -zusters.

Het paard wordt door het schaakvolk als een geluksvogel (of eerder, geluksdier, want uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat een paard nog steeds niet tot het rijk der vogels gerekend wordt, een feit dat natuurlijk ondersteund kan worden door het argument dat deze diersoort het jammerlijke nadeel ondervindt niet over vleugels te beschikken, een privilege dat noodzakelijk is om je als vogel - of vliegtuig - te onderscheiden) beschouwd. Toch is over de andere stukken kunnen springen niet te overschatten. Een paard in de dierenwereld kan naast springen ook snel lopen, maar dit voorrecht is aan onze dierbare vrienden in het spel niet gegund, zodat zij al heel egoïstisch een groot aantal zetten voor zich moeten opeisen om te kunnen doen wat dame, toren en loper in één soepele beweging kunnen: de overkant van het veld bereiken.
Dat is ook het doel van het kleinste, maar zonder rechtstreekse concurrent ook talrijkste stuk van het gezelschap, de pion: de overkant halen om eindelijk de volwassen leeftijd te bereiken en ook het grote stuk te worden dat zij al haar hele leven bewonderd heeft. Zij, want het grootste deel van de pionnen is vrouwelijk (zo niet moeten er een hele boel operaties voorafgaan aan de promotie, daar procentueel ongeveer 90% of meer van de promoties uitdraait op een nieuwe dame in het spel).
Spijtig voor deze kleine stukjes, maar het schaakspel is uitgevonden in een periode heel lang geleden, bijna in de tijd toen de dieren nog spraken, toen de kindersterfte nog enorm hoog was en kindsoldaten gezien werden als uitstekende manskrachten in de oorlog, waardoor de ultieme hoop van deze wezentjes, om op te groeien als volwassen schaakstuk, maar heel zelden in vervulling gaat.

Dus, eerwaarde lezer, nobel schaker of schaakouder of beider, verenigt u! Helpt een onderdrukte en hulpeloze soort, steunt hen in hun strijd naar rechtvaardigheid. Anders zult u, uw kind, of beider, er de nadelen van dragen. Uit de onderdrukte stukken zal een misvormd ras groeien, allesbehalve aangenaam om mee te spelen. Komt dan niet klagen, eerwaarde lezer, nobel schaker of schaakouder of beider, als het te laat is.
Nu is de tijd gekomen om op te staan. Nu is de tijd gekomen om op tafels en stoelen te staan. Om op de rechten van de schaakstukken te staan. Nu!
Niemand zal u helpen als u niets onderneemt. Alzo, volgt mij in de strijd voor een betere toekomst voor deze onderdrukte soort. Volgt mij, broeders en zusters, en verenigt u in het edele spel dat schaken is!












