Zonder jou kan ik niet zijn

Zonder jou kan ik niet zijn

Wat mijn vrienden altijd in me zien.

Zonder jou ben ik koud en klein

Weet ik niet zo goed waarvoor ik dien.

Het lijken wel profetische woorden; enkele maanden na haar breuk met Marianne wist Yasmine (ik weiger haar Hilde te noemen, want zo ken ik haar niet) inderdaad niet meer zo goed waarvoor ze diende. Nu is Yasmine niet meer. Requiescat In Pace, dat spreekt voor zich.

http://www.davidsfonds.be/editionauthor/photos/detail/Yasmine.jpg

Veel mensen zijn aangedaan door haar plotse overlijden. Omdat het raar is als iemand er plots niet meer is. Omdat ze heel geliefd was in Vlaanderen. Omdat je geen twee avonden tv kon kijken zonder haar te zien verschijnen. Omdat men naar haar opkeek, omdat ze voor velen een groot voorbeeld was, een rots in de branding, een sterke vrouw.

Een sterke vrouw. En toen kwam de liefde. Als zelfs de sterkste vrouw aan de liefde kan bezwijken…

Bijna een jaar geleden werd ik gedumpt, zoals men zo mooi metaforisch de verlaten en smachtende ex-geliefde met vuilnis verbindt. Voor het eerst in mijn leven kwam toen de gedachte in mij op dat liefde wreed is, verraderlijk, vals en vooral gevaarlijk. Ik zag wat de liefde met mij aanving, en hoewel ik me er zo duidelijk van bewust was dat ik me niet door haar mocht laten doen, werd ik meegesleept in die draaikolk van emoties. Ik zag ook wat de liefde met anderen deed, en hoewel de situatie, en dus ook het effect, totaal anders was, bleek duidelijk de macht die de liefde ook over die ander had. Voor mij was het duidelijk: liefde is gevaarlijk, té gevaarlijk. Geniepig biedt ze zich aan en vertaalt ze zich in euforische gevoelens, en voor je het weet ben je jezelf niet meer. Tot ze zich verveelt, en beslist een spelletje met je te spelen. Je wordt gedumpt en elke zekerheid die je in je leven had, ontneemt ze je.
Het is niet echt je liefdesverdriet die je diep doet gaan, het zijn de deuken die dat liefdesverdriet aan je zelfbeeld toebedeelt. Je verliest niet alleen de persoon waarvan je hield en waarvan je dacht dat die ook van jou hield; je verliest elke houvast, elk onderdeeltje van je wereldbeeld blijkt plots een waanbeeld.

Maar mensen zijn vaak sterker dan ze zelf voor mogelijk houden. Iedereen wordt wel eens gedumpt, en meestal overleef je dat wel. Je slaagt erin om uit die put te klauteren en je zin om te leven is plots groter dan ooit.

Maar blijkbaar niet altijd. Yasmine vond de put blijkbaar te diep, blijkbaar zag ze geen reden meer om te klimmen en te vallen en weer te klimmen en weer te vallen en weer te klimmen. Dat maakt die sterke vrouw niet zwakker dan zij die er wel in slagen. Vaak is het een kwestie van één moment, van één detail. Van een doel dat je nog niet of net wel al bereikt hebt. Misschien is het net haar succes dat haar de das omgedaan heeft.

De dood van een persoon kan zelden iets goeds zijn. Van bepaalde individuen uit de wereldgeschiedenis kunnen we daar nog over discussiëren, maar Yasmine is duidelijk niet één van hen. Ik hoop alleen dat haar dood zich niet tot een ramp ontpopt. Na haar dood kreeg de zelfmoordlijn drie keer meer oproepen, vooral van jonge – lesbische – meisjes die zo heel erg naar haar hadden opgekeken en plots geconfronteerd werden met het feit dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Als je diep zit, is er nog steeds die kracht, de wetenschap dat het ooit weer beter wordt, al lijkt het op dat moment moeilijk te geloven. Op zulke momenten moet je je concentreren op de rozengeurverhalen die je overal om je heen hoort, en niet op het lot van Yasmine. Ik ben er zeker van dat zij, toen ze in die boom klom, niet de bedoeling had een nieuwe Werther te worden.

Sois toi et t’es belle

Plus belle que jamais

tu parades sur le bord de la rivière

ton sourire fait rougir les lapins

et tes yeux font briller le soleil.


Et moi.

Je te regarde, et je n’existe plus

qu’à travers toi.

Je suis ta réflexion dans l’eau.

Deze krabbels vind je terug in mijn cursus Historische Nederlandse Taalkunde. Veel Nederlands staat er precies niet tussen…

Tu es l’ombre de mon bonheur

tu es mes larmes quand je pleure.

Mes songes heureux ainsi que mes maux.

T’es l’objectif de tous mes mots.

Ja, ik schaak. En dan?

Als puber heb ik een tijdje naar ‘Popular’ gekeken, zo’n typische Amerikaanse tienerserie op VT4 waar je in de vooravond, als het een beetje meeviel tijdens het 7 uur journaal, gedachteloos naar kon liggen staren. Een serie over grote tieneronderwerpen als liefjes, populariteit, vrienden, liefjes, ouders, liefjes, en op een dag – ik sprong een figuurlijk gat in de lucht – was er sprake van een schaakclubje…

Over stereotiepen gesproken…

Stereotiepen zullen er altijd bestaan, maar stereotieper dan dat schaakclubje in die serie, daar zul je al moeite voor moeten doen. Kleren naar alle waarschijnlijkheid gekocht door de mama (al moet het gezegd, een mama met een serieus gebrek aan smaak) en ’s morgens klaargelegd door het blinde broertje, een wereldvreemde blik die van achter grote, onelegante brilglazen naar een punt staart dat overal behalve in de buurt van de gesprekspartner kan liggen, kapsels waarover we maar zullen zwijgen, en een gevoel voor humor (die met de beste wil ter wereld geen humor kan worden genoemd) dat voor een teveel aan akelige lachsalvo’s zorgde.

U begrijpt waarschijnlijk wel dat de titel van het programma niet op dit gezelschap sloeg? Het gat in de lucht werd algauw weer een gat op de zetel, en de dag erna klonken in de woonkamer weer berichten over oorlog en politici en oudste mensen van België die vredig in hun slaap waren heengegaan en nieuwe oudste mensen van België die ons als tip meegaven dat zij elke dag een reep chocolade naar binnen speelden.

Zo worden wij, schakers, maar al te vaak voorgesteld in films en series. We zouden het liever anders zien. Echter, waar rook is, is vuur, wordt vaak beweerd, en dus is het misschien geen slecht idee om onszelf eens een spiegel voor te houden.

Het echte leven is natuurlijk niet zo eenzijdig als een goedkope tienerserie. We zouden kunnen stellen dat er evenveel soorten schakers zijn als dat er spelers zijn, maar laat dat u in geen geval beletten om eens de hand in eigen boezem te steken en uzelf na een flinke portie zelfreflectie in één van onderstaande categorieën onder te brengen; misschien een ideetje voor extra nevenklassementen op de zomertornooien?

We laten de nerds de spits afbijten, iets wat ze zelden of nooit doen. Herkent u zich min of meer in het hierboven geschetste beeld, dan voelt u nu waarschijnlijk het angstzweet al uitbreken. U draagt een bril, wellicht omdat u zonder heel moeilijk in de gaten kunt houden of het uw beurt is of die van de tegenstander, wanneer u de partijen volledig in u opnemend de speelzaal doorslentert. U bent heel dankbaar als uw tegenstander na de partij nog even wil analyseren, want soms snakt u wel naar sociaal contact – uw papegaai vertikt het om te leren spreken. Helaas, het nakeuvelen beperkt zich zo goed als altijd tot schaaktechnische details, want uw tegenstanders verkeren net als u meestal in de hogere regionen van het klassement.

Die regionen waarin een amoureuze partner overbodige luxe is, om niet te zeggen een blok aan uw been. Hoe zou zij u immers ooit zo goed kunnen verstaan als uw schaakkompanen, waarbij u vaak aan één woord genoeg hebt om een hele partij op te roepen? Omdat u dus toch niet op zoek bent, vindt u het ook tijd- en energieverspilling om u zorgen te maken over uw ‘look’. Een trui is een trui en een broek is een broek, lang in de winter en kort in de zomer. ’s Zomers draagt u sandalen want voor schoenen is het te warm, maar uw kousen – witter dan wit – zijn heilig en sieren de onderste helft van uw kuiten. Het t-shirt dat u op dit of dat tornooi gratis hebt gekregen, is het pronkstuk van uw outfit. Uw hobby’s? Schaken. Uw beroep: iets met wiskunde of informatica. Uw lievelingsdrank? Koffie.

Een categorie waar we niet zomaar aan voorbij mogen gaan, is die van de stille muis, al hadden de desbetreffende spelers misschien liever gehad dat we hen eventjes uit het oog waren verloren. De stille muis is blij dat hij schaakt, omdat hij er enkel dan in slaagt om in een tête-à-têtepositie te zitten met een ander menselijk wezen. Rondlopen is niet aan hem besteed; als zijn stoel leeg is, kan je hem op het toilet terugvinden, al is het niet zijn bedoeling dat je hem zoekt. Ons muisje kleedt zich met smaak; sokken in sandalen zijn net iets te opvallend, als je het hem vraagt. Aangezien hij rondloopt noch opkijkt, zijn zijn resultaten benijdenswaardig. Tornooien winnen is echter niet aan hem besteed, maar dat vindt hij niet erg, want podiumvrees is hem niet vreemd. Het geheim van zijn Poulidorgehalte? Wanneer de mat nadert, worden de zenuwen ons muisje te veel. Zijn angst betreft niet het resultaat van de partij, maar wel de gevreesde woorden die zijn tegenstander tijdens het rechtzetten van de stukken wel eens zou kunnen uitspreken: “Wil je analyseren?” Zijn hobby: lezen. Zijn beroep: archivaris. Zijn lievelingsdrank: kraantjeswater.

“Bullshit”, denk je nu? Zo zit jij helemaal niet in elkaar? Misschien ben jij dan wel eerder de sex, drugs ‘nd chess’er. Als er een tornooi is, ben je er als de kippen bij om de bar uit te testen. De barvrouw is dan ook altijd de eerste die je de hand schudt, en aanmelden is iets waar je pas aan denkt nadat je je portefeuille hebt uitgehaald om haar je eerste pintje te betalen. Je vloekt hard op de nieuwe fide-regel die gebiedt dat je klokslag beginuur aan je bord zit, want als je ergens niet graag zit, is het daar wel. Wie je zoekt, denkt pas in de laatste plaats aan je plaats. Meestal heeft hij je al veel eerder gevonden, op je geliefde barkruk of buiten terwijl je staat te paffen, of ergens tussenin, socialisend terwijl je om de vijf stappen je broek optrekt en je schoenen dreigt te verliezen.

Bier Over je resultaten is het moeilijk me uit te spreken; misschien speel je, al dan niet door de geestesverruimende invloed van de middelen die je tot je neemt, iedereen naar huis, of misschien is het vergif van de vorige avond nog niet uit je lichaam verdwenen en houd je je meer bezig met het stuk uit je kraag dan met de stukken op je bord. Ochtendrondes zijn in geen geval aan jou besteed; laat-avondanalyses zijn dan weer helemaal jouw ding. Vooral wanneer de notitieblaadjes plaats maken voor bier en de après-chess in de vorm van een potje bierschaak begint. Je hobby? Feestjes! Je beroep: student, zo lang mogelijk. Je lievelingsdrank? E duuveltjen.

Mannen blijven natuurlijk mannen, en schaken zou geen ventensport zijn als in ons midden niet ook het type van de rokkenjager zich zou bevinden. Ook de rokkenjager is vaak aan de bar te vinden, aangezien zich achter die toog veelal de helft van het vrouwelijk schoon verschuilt. Aan zijn bord zit hij alleen wanneer dat een strategisch ideale plaats is om een meisje te observeren. Van veel concentratie kan er duidelijk geen sprake zijn, en maar al te graag grijpt de rokkenjager dit aan als excuus voor zijn veelal abominabele resultaten. Wij weten echter beter; veel intelligentie (en om te schaken kan een minimum aan intelligentie geen kwaad) hoeft een wezen niet te bezitten om te beseffen dat schaaktornooien niet echt de plaats zijn om op jacht te gaan. Om elkeen de kans te geven om in het schaken zijn prooi te vinden, moet de harem van een schakende vrouw meer mannen tellen dan dat een schaakbord velden telt. Bovendien, zoals de gokchinees ook al aangaf, zijn vrouwen allesbehalve prestatiebevorderend – al lijkt Adrian Roos soms de uitzondering die de regel bevestigt.

Zelfs als een grove blunder (“een mens kan niet constant geconcentreerd zijn hé”) een abrupt einde aan zijn nog niet tot in een interessante fase gevorderde partij gemaakt heeft, vind je de rokkenjager nog uren aan de analysetafel; hoe langer hij blijft plakken, hoe groter de kans dat hij met zijn vanmorgen nog gestreken hemdje indruk maakt op één van de aanwezige dames – als de barvrouw hem op vriendelijke maar uitdrukkelijke wijze verzoekt om haar nu toch maar eens te laten afsluiten, is hij in één klap al zijn nederlagen vergeten. Zijn hobby: strandwandelingen bij stralende zon. Zijn beroep? Iets waar je een secretaresse voor nodig hebt. En een poetsvrouw, als het even kan. Zijn lievelingsdrank? Whatever she gets.

Uiteindelijk heb je ook nog de schakende vrouw. Aangezien vrouwen toch duidelijk niet voor het schaakspel gemaakt zijn, kan er maar één reden zijn waarom wij ons met het schaakspel bezig houden: om een man aan de haak te slaan. Hoera voor de rokkenjagers! Bijgevolg zijn we stuk voor stuk mannenverslindsters. Gewapend met een decolleté kijken we meer in de ogen van onze tegenstander dan naar de stukken op ons bord. Niet te verwonderen dus dat we vaak in de onderste regionen van het klassement terug te vinden zijn. Het wordt zo vaak gezegd, maar het is een waarheid als een koe: verliezen van een vrouw is een schande! In de zaal rondparaderen doen wij om de mannen te keuren en opdat iedereen ons nieuwe rokje gezien en onze nieuwe naaldhakken gehoord zou hebben. Onze hobby? Mascara opdoen. Ons beroep? Iets met veel mannen. Onze lievelingsdrank? Warm water met planten in.

Ja, ik schaak. En dan?

Verkiezingen

Wie deze voormiddag zijn huis verlaten heeft – en dat zal zowat iedereen boven de 18 zijn – kon er niet naast kijken: vandaag was er iets speciaals te doen. Verkiezingen. Omdat we in een democratie leven en omdat in een democratie “iedereens stem telt”, zal ik ook eens mijn stem laten horen.

http://mastermaup.web-log.nl/mastermaup/WindowsLiveWriter/LAATUWSTEMHOREN_EEC3/Stemmen%20-%20potlood%5B3%5D.jpg

Laat het vooral duidelijk zijn: ik vind democratie overroepen. Wat er dan wel goed is? Geen idee. Niets waarschijnlijk. Dat de domme massa (want geef het toe, de massa is altijd dom) mag beslissen wie er in ons land aan de macht komt, tot daaraan toe. Maar dat een individu met goede ideeën enkel actie kan voeren door met de grenzen van de legaliteit te flirten, dat vind ik jammer. Iemand met een crimineel idee maar met veel stemmen, die heeft gelijk, en iemand met een geniaal idee waar de machthebbers het niet mee eens zijn, die kan enkel iets veranderen door middel van niet zo legale acties, waarna hij als boeman afgeschilderd wordt en er enkel nog in slaagt om steun te vinden bij wie hem sowieso al aanhing. Ja, ik wil me neerleggen bij de mening van de massa, als het dan toch echt moet, maar nee, ik wil er niet op afgerekend worden. Stel dat ik Franse was, dan had ik wellicht voor Royal gestemd. Pech voor mij, Royal heeft het niet gehaald. Door die luttele 7 procent verschil word ik dan een hele ambstermijn lang bestuurd door een man wiens ideeën mij totaal niet aanstaan. En ik ben niet alleen: 47% van de stemmers delen mijn lot. Of ook nog: ze beloven ons vanalles, en eens ze aan de macht zijn, kunnen ze doen wat ze willen. Is er in die twee jaar na de federale verkiezingen al iets gebeurd? Neen. Ze hebben een mooi excuus: eerst was de hervorming het belangrijkst, daarna genoot de financiële crisis alle aandacht. Leuk voor die azielzoekers, gehandicapten en werklozen, die elke dag opnieuw hun eigen crisis moeten leven.

http://steenwijkerland.sp.nl/include/afd/afd_pickies/stemmen3.jpg

Neen, ik heb het niet zo voor de democratie. Ik heb echter niet zo veel kaas gegeten van politiek, en zo lang ik geen politieke en sociale wetenschappen gevolgd heb, doe ik er volgens bepaalde mensen beter aan om te knikken en te zwijgen. Mooi niet. Op de dag van vandaag wordt mijn stem gehoord, zoals ik al zei.

Maar we houden het braaf en stippen slechts enkele werkpuntjes aan.

Ten eerste vind ik het allesbehalve democratisch dat ik al West-Vlaamse enkel op West-Vlamingen mag stemmen. We leven in een samenleving waarin regionalisme toch al lang achterhaald is. Ja, ik ben trots op mijn West-Vlaamse roots, maar als een Limburger (ja, zélfs een Limburger) naar mijn bescheiden mening meer geschikt is om mijn mening te verkondigen, dan wil ik het recht hebben om die Limburger aan de macht te stemmen. Net zoals ik bij de federale verkiezingen wil kunnen kiezen of ik voor een Vlaming of voor een Waal stem.

Ten tweede: we werken met stemmen pro, maar waarom niet met stemmen contra? Populisme wordt op die manier meteen een stuk de kop ingedrukt en dan zal de nadruk misschien weer wat meer liggen op waar het écht om draait: standpunten. Geen affiches meer met een vertederend Arisch kindje met een Vlaamse vlag op zijn wang en een slogan “Dit is ons land”, waar alleen de mensen die het Vlaams Belang toch nooit voor zich zouden kunnen winnen, de ridiculiteit van inzien. Voor elke stem die een persoon uit de onwetende massa op deze onpopulaire partij uitbrengt, krijgt het VB gegarandeerd een stem tegen. Dan zullen we eens zie hoe rechts ons land écht is. Hoe een mens is, wordt vaker duidelijk aan de hand van tegen wie die persoon is, dan aan de hand van vóór wie hij is.

Ten slotte: is het niet mogelijk om de mensen voor standpunten te laten stemmen in de plaats van voor partijen? Waarom moeten we op een totaalpakket stemmen, waarvan de helft populistische zever is, en waarvan je pas kunt weten wat wel en wat niet populistische zever is als je helemaal into politiek bent? Populaire standpunten worden door alle partijen aangegrepen om sympathiek over te komen. Taboe-uitspraken doe je niet, ook al denk je ze. Wel, laat ons stemmen voor wat wíj belangrijk vinden, wat wíj willen, en vorm dan een regering die rekening houdt met de mening van de burger. Dát is democratie.

De jeugd van tegenwoordig

De jeugd van tegenwoordig. Al wie al een beetje op jaren is, van mensen met een witgrijs kapsel tot mensen bij wie de eerste grijze haartjes nog jaren op zich zullen laten wachten, kan er een boek over volschrijven. Ja, ook ik bezondig mij soms, al dan niet schertsend, aan het uitspreken van de woorden uit de titel, gevolgd door een niet al te positieve karakterisering van de door die woorden aangeduide bevolkingsgroep. Het moet echter gezegd, soms zijn ze nog van de kwaadsten niet. Ethan McNamee bijvoorbeeld mag wat mij betreft binnen een tiental jaar wel zijn kans wagen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen (al hoop ik stiekem dat het rode continent zo lang niet meer zal moeten wachten voor ze een ethisch progressievere kant opgaan).

Ok, zijn speech is niet perfect en ok, zijn woorden zijn op zijn minst gestuurd, maar die jongen spreekt met zo veel enthousiasme, hij begrijpt duidelijk wat hij zegt en hij gelooft ook duidelijk wat hij zegt. Kinderlijke eenvoud, kinderlijke logica: waarom zouden mensen die elkaar graag zien, niét het recht mogen hebben om bij elkaar te zijn als ze ziek zijn of sterven? Een grote pluim voor de jeugd van tegenwoordig!

Alles wat je ooit al over het Franse adjectif total wilde weten

Wordle heeft een kunstwerkje gemaakt van het deel van mijn thesis dat over total handelt. Of hoe een thesis leuk kan zijn…
total

Schaken is geen cafésport meer

De Paasvakantie ligt alweer een tijdje achter ons, de heimwee naar Houffalise zou stilaan aan het wegebben moeten zijn. April is, met het Belgisch jeugdkampioenschap, jaarlijks dé maand van het jeugdschaak. Ruim 250 jonge schakers offerden een groot deel van hun paasvakantie op om negen dagen op rij verscheidene uurtjes achter een bord te verdwijnen.

Jeugdschaak in de lift? Of is dat een cliché dat nergens op gebaseerd is?…

De jeugd van vandaag heeft geen respect meer voor de ouden van dagen

Als je weet wat vaak de alternatieven zijn (verjaardagsfeestjes, uitstapjes (van het zwembad over het bos tot de cinema of een pretpark), voor de iets ouderen elke avond wel ergens een feestje met veel drank (al moeten we toegeven dat het BK wel één groot langdurend feest veel met drank lijkt bij sommigen), dan kunnen we niet anders dan concluderen dat schaken de jeugd iets te bieden heeft.

En omgekeerd heeft de jeugd het schaken ook iets te bieden. Aangezien volgens het cliché de toekomst aan de jeugd is en jong geleerd oud gedaan is, zijn de poulains van vandaag de meesters van morgen. En van vandaag. Want de jeugd van tegenwoordig heeft geen respect meer voor de ouden van dagen. Hun rating schiet de lucht in als was het een raket.

SoorsTanguy Ringoir, 14 jaar, hoeft maar 22 Belgische schakers meer voor zich te dulden in het klassement en ook Thibaut Maenhout (19), Robin Leenaerts (18), Nils Nijs (15), Glen De Schampeleire (16) en Nicolas Vanderhallen (19) behoren tot de 100 beste schakers van het land. Dat deze jonge knapen vaak zelfs ondergeklasseerd zijn, bewijzen de vele IM-normen die dit gezelschap al bijeensprokkelde. Om van de gedeeld tweede plaats van Stef Stunt Soors op het wereldkampioenschap nog maar te zwijgen.

Dat er voor de toppers veel gedaan wordt, dat weten we. Al jaren worden er schaaklessen georganiseerd voor de topjeugd. Zo wordt de top steeds beter, bereiken die spelers duizelingwekkende hoogtes en blijft de rest verweesd achter. Je zal maar een net niet topper zijn, zo eentje die net het niveau niet haalt om tot die lessen uitgenodigd te worden; gegarandeerd hots je het jaar erop nog dat tikkeltje meer achter de feiten aan, en nog een jaar later moet je je erbij neerleggen dat zij je boven het hoofd gegroeid zijn.

Jeugdschaak begint structuur te krijgen

Zo was het vroeger. Kansarmoede in het schaken; kon je niet genoeg tornooien spelen om je in een bepaald klassement in de hoogste regionen te nestelen (misschien wel omdat je in een boerengat in een uithoek van het land woonde en je ouders het niet zagen zitten om altijd op daguitstap te gaan naar een schaaktornooi op meer dan een uur rijden van huis), kon je club je enkel de basislessen aanbieden en konden je ouders het zich niet financieel permitteren om een privétrainer op je af te sturen, dan viel je al gemakkelijk uit de boot. Nu is alles anders.

De kansarmoede is niet verdwenen – zal het dat ooit zijn? – maar de drempel is al heel wat verlaagd. Steeds meer worden er regionaal schaaklessen aangeboden voor elk niveau. Je hoeft niet meer tot de top van het land te behoren om recht te hebben op goed georganiseerde schaakcursussen. Je hoeft je niet per se blauw te betalen aan een privétrainer, nu ook de gewone clubtrainers steeds beter gevormd zijn. Het jeugdschaak begint structuur te krijgen. En structuur staat garant voor kwaliteit.

MichielsNiet dat er vroeger geen kwaliteit was. Elke generatie heeft zijn toppers. Ik ben er zeker van, als u sinds jaar en dag schaakt, dat u zonder moeite enige namen kunt noemen wanneer ik u vraag wie de toppers waren in uw tijd. We hoeven niet eens naar een al te ver verleden terug te blikken als we het over Bart Michiels hebben, de jongste IM die België ooit gekend heeft. Het verschil is, dat het voor spelers als Bart niet echt de moeite waard was om Belgische jeugdtornooitjes te spelen, terwijl het voor Tanguy Ringoir allesbehalve een evidentie is om tegen bepaalde Belgische bijna-leeftijdsgenoten te winnen. En Soors mag dan wel tweede geworden zijn op het WK, zijn Belgische concurrenten legt hij zo gemakkelijk niet over de knie. Vandaag de dag is het veel minder lonely at the top.

Met al dat gepraat over de top zouden we de Olympische gedachte nog vergeten. Niet enkel in de diepte is het jeugdschaak erop vooruit gegaan, de breedte mag er ook wel wezen. Getuige daarvan de stroom (eigen drank consumerende en bergen afval achterlatende, we weten het) kindjes en jongeren die de tornooitjes overal in het land week na week ontvangen. Getuige daarvan ook het succes van het BK de laatste jaren. Getuige daarvan eveneens het steeds groter wordende probleem van interclubrondes tijdens de examens. Het imago van schaken als cafésport, beoefend door oude mannetjes lurkend aan hun pijp, ligt ver achter ons.

OpetenMaar we kunnen nóg beter. Daarom is er vorig jaar een schoolschaakproject opgestart, waarin de liga’s – gesteund door de VSF – scholen schaaksets in bruikleen geven op voorwaarde dat die borden ook daadwerkelijk worden gebruikt. En dan niet om op te eten, welteverstaan. De put van de scholen zit vol jonge visjes, waar kunnen we dan beter onze hengel uitwerpen dan daar? Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En hoe meer subsidies. En dus hoe meer middelen om nóg meer structuur te brengen. Hoe meer kans op toppers dus. En op een dag zal een kleine Grote Belg niet meer vooraf gegaan worden door drie Indiërs. Op dat moment krijgen we een schakersboom zoals ons land enkele jaren geleden onder invloed van Clijsters en Henin een tennissersboom gekend heeft. Dan worden we misschien zelfs een nationale sport. Worden Ketnetprogramma’s onderbroken om een belangrijke schaakpartij uit te zenden.

Dat is het plan. Tot die tijd zijn we gewoon blij als we een vijfjarig kindje in Schellebelle een leuke hobby kunnen aanbieden. Voor het leven. Want binnen tachtig jaar is dat snuitertje van vijf de oude man of vrouw met de pijp van ons imago. Wat zullen zijn artrose-botten gelukkig zijn dat hij op zijn vijfde een schaakspel cadeau kreeg, en geen rugbybal.

Peaches

Dinsdagavond zijn we met een groep vrienden naar Brussel gereden, omdat Peaches een concert gaf in de AB. De Ancienne Belgique. Dit zeg ik er maar even bij, want zelf leerde ik pas enkele weken geleden dat die twee veel genoemde concertzalen eigenlijk één en dezelfde concertzaal zijn. België alweer een place to be armer…

http://www.melkweg.nl/mmbase/images/138081/0508_Peaches_LR.jpg

Waarom Peaches? Wel, haar muziek is zeker niet slecht, dat moet gezegd. Maar voor de muziek alleen moet je niet naar Brussel rijden op een vrolijke dinsdagavond. Daarvoor kan je evengoed een cd’tje opleggen en in je bed gaan liggen. Dan kies je zelf hoe luid of hoe stil je de klanken tot je laat komen, welk liedje je op welk moment wilt horen en vooral, wie er wel en niet dicht bij je in de buurt is.

Want dat is het nadeel aan concerten. Misschien vind jij dat wel een voordeel, dat er zweterige lijven in je persoonlijke ruimte binnendringen, maar dan ben je volgens mij wel heel wanhopig op zoek naar fysiek contact.

Gelukkig viel dat dinsdag allemaal nog wel mee. Het begon niet zo goed voor mijn persoonlijke ruimte. De zaal leek veel te klein voor het volk dat er opeen gedrukt stond. Gelukkig hoorden we al gauw dat de rechterkant van de zaal veel minder bevolkt was. En inderdaad, de ademruimte die mij daar geboden werd, zorgde ervoor dat ik volop van Peaches kon genieten.

Als niet voor de muziek alleen, waarvoor dan wel? De sfeer. Het prototype-antwoord, maar wel het correcte. De muziek, de zangeres, de show (die op wikipedia bijna als een seksshow beschreven wordt, maar daar is niets van aan. Ok, je ziet eventjes een man in monokini, maar dat zie je in de zomer in elk Gents park wel (er was ook een meisje in monokini, maar die was geen onderdeel van het optreden). Er worden natuurlijk wel allusies gemaakt – wat wil je, de liedjesteksten zijn ook niet altijd van de braafste, denk maar aan Fuck the pain away. De zangeres zingt bijvoorbeeld een deel van de avond in een lijfkleurig pakje; maar de perversie daarvan zit volledig in het hoofd.

Het werd een avondje meegesleept worden door de roes van de muziek. Één zijn met de massa, maar meer dan dat, één zijn in de massa. Zonder de massa. Vreemd hoe je nadien enkel nog een vage benadering van een gevoel overhoudt en je je met de beste wil van de wereld niet meer kunt herinneren hoé je je precies voelde. Wát er precies zo goed was. Wat zij deed daar op het podium en tijdens welk liedje. Je was er, dat bewijst het ticket in je zak. Maar de rest is vaag, als was alles maar een droom.

Al is er als herinnering enkel een ticket en een vaag gevoel, het concert van Peaches in combinatie met de afterparty, zorgen voor een avond die ik niet snel zal vergeten – en waar anderen dan weer al grote stukken uit vergeten zijn.

Deductie

Als je languit achterover in je bed zit met je laptop op je schoot, als de vogeltjes die zich door je open raam een weg naar je oren fluiten, je een vakantiegevoel bezorgen, als je om het halfuur tien minuten spelletjes speelt, als je bij de helft van de liedjes die uit je boxen galmen de volumeknop 90° naar rechts draait, als je de film van je verleden wel 100 keer door je hoofd laat waaien, als alles en iedereen interessanter lijkt dan dat ene ding,…

… dan ben je aan je thesis aan het werken.

En als je in mei je thesis nog niet beu bent, dan ben je niet goed bezig.

Of je bent een vakidioot.

Ik hoop op het tweede.

U vraagt, wij draaien.

Wat op dit moment mijn obsessie is

Wat was ik een gelukkig wezen als ik hier had kunnen zetten: ADJECTIEVEN ! Maar helaas, ik kan het hier wel zeggen, maar het zou niet de waarheid zijn. Om de waarheid wat dichter te benaderen: momenteel heb ik geen obsessie (wat eigenlijk een wonder is dat gekoesterd moet worden). Om de simpele reden dat iets dat ik moét doen, niet gemakkelijk een obsessie van mij kan worden, en dat ik momenteel zodanig veel te doen heb dat ik bewust obsessies verdruk.

Wat ik nu draag

Van beneden naar boven: mijn nieuwe Converse All Stars, een jeansbroek met een (half afgesleten, ik geef het toe) broeksriem en 2 hemdjes (eentje met korte mouwen, maar toen had ik het te koud en heb ik er nog één met lange mouwen over getrokken. Geen zicht waarschijnlijk, maar wie zal erom janken in de eenzaamheid van mijn kot?). Daaronder ondergoed. Meer details krijg je niet, vetzakje!

Doe ik vaak een dutje?

Middagdutjes zijn zalig! Een tijdje geleden was het op De Wereld van Sofie dat middagdutjes gezond zijn, en dat dat heel goed is voor studenten, zeker in de examens. En alles wat Sofie Lemaire zegt, is waar. Dus af en toe leg ik alles wat op mijn bed ligt, op mijn bureau (en op mijn bureaustoel en op de grond, bij gebrek aan plaats), zet ik mijn timer op 20 minuutjes en geniet ik van een middagnapje.

Wie ik het laatst een knuffel heb gegeven

Aan Marijke, zondagavond. Ik word er steeds beter in! Er komt een dag dat ik meedoe aan de nationale knuffeldag. Not.

Wat ik zou willen veranderen

Er is heel veel dat veranderd moet worden, en er is heel veel waar ik graag aan wil helpen om het te veranderen, maar er is momenteel niet echt iets dat ik zelf op mijn eentje zou willen veranderen. Voorstellen zijn steeds welkom.

Wat ik vanavond eet

Een tomaat, een gele paprika, een komkommer en erwtjes, met rijst erbij en alles door elkaar gemengd. ‘t Is donderdag vandaag, dus Veggiedag.

Mijn laatste aanschaf

Gisteren in de Fnac heb ik mijn zelfreputatie weer helemaal waargemaakt door niet aan de verleiding te weerstaan om boeken te kopen: “De slinger van Foucault” van Umberto Eco, “Honderd jaar eenzaamheid” van Gabriel García Marquez, “De stad der blinden” van José Saramago en “Waar ik jou word” van Antjie Krog. Ooit zal ik al mijn in boekenkoopzieke buien gekochte boeken gelezen hebben.

Naar welk geluid ik nu luister

De uitdagende klanken van Peaches, als voorbereiding op het concert waar ik binnen twee weken naartoe ga.

Favoriete weertype

“Ik heb de zon gezien, daarboven in de hemel, de zon gezien, daarboven in de lucht! Ze schijnt voor jou en mij, daarboven in de hemel, voor jou en mij, daarboven in de lucht!” Maar niet té straf. 25 graden of zo, en licht briesje. En ’s avonds wolken om voor een mooie rode zonsondergang te zorgen. En ’s nachts geen wolken meer, om sterren te zien, en de maan waar je de romantische gedachte bij kunt uiten dat een bepaalde andere persoon, ver weg van hier, precies hetzelfde ziet als jij. Zucht.

Zeg iets tegen de persoon die je getagged heeft.

Dag Maaike! Misschien zal jij het helemaal niet met mij eens zijn, maar ik vind dat jij veruit het meest interessante thesisonderwerp hebt van alle mensen die ik ken. Al wil ik mij er geen visualisaties bij maken.

Favoriete vakantieplek

Frankrijk. Omdat het Frankrijk is. Dat is een argumentatie die niet te weerleggen valt.

Films die ik keer op keer kan bekijken

De films van Shyamalan. M.Night Shyamalan. The sixt sense, Unbreakable, Signs, The village, Lady in the water en The happening. Ik kan ze ook letterlijk keer op keer bekijken, want ik heb ze allemaal op DVD. Behalve The sixt sense, die heb ik op videocassette.

Favoriete theesmaak

Vruchtenthee. Rode vruchten. Ik heb een mengeling van rode vruchtenthee op mijn kot staan, en daar neem ik dan blindelings een zakje uit, zodat ik niet goed weet welke smaak ik het beste vind. Misschien vind ik andere thee nóg lekkerder, maar dat weet ik niet, want ik drink nog niet zo lang thee en ik heb dus nog niet zo veel verschillende smaken geproefd.

Het boek dat ik momenteel lees

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Kundera, en Camps en Dewulf. 2003 stukjesgewijs. Het eerste boek ben ik al maanden aan het lezen, omdat ik het heel mooi vind en er zo lang mogelijk van wil genieten, het tweede boek lees ik sinds gisteren, en enkel de stukjes van Dewulf. Misschien lees ik volgende week wel de stukjes van Camps, wie weet.

Wat mij op dit moment veel plezier geeft, maar tegelijkertijd ook schuldgevoelens

Niet veel plezier, geen schuldgevoelens. Ik voel mij op dit moment neutraal, wat volgens mij op dit moment de beste emotie is. Begrijpe wie begrijpen wil. En kan.

Wat is je doel?

Één doel is te weinig, zei de voetballer, en hij maakte een punt voor de tegenstanders. We gaan van doel naar doel, soms hebben we meerdere doelen tegelijkertijd, en nooit hebben we geen enkel doel. Maar het ultieme doel is misschien toch om ons op een dag met een gerust geweten aan het onvermijdelijke te kunnen overgeven.

Wat wil ik ooit nog doen?

Een boek schrijven. Mij een idee vormen van waar ik écht in geloof, en daar dan naar handelen. Iemand liefhebben zonder grenzen. De hemel op aarde vinden.

Wat wens ik mijn kinderen toe

Goede ouders.

Welke kwaliteit zou ik willen hebben

We worden te persoonlijk.

Noem één van je kwaliteiten

Uit valse bescheidenheid antwoord ik niet op deze vraag.

Waar wacht ik op?

Op Godot.

Heb je een tic of kenmerkende eigenschap?

Ja.

Volgende Pagina »


Volg je neus,

dan kom je er wel!

a

Jij bent bezoeker

  • 38,748

Ik tel de dagen…

juli 2009
M D W D V Z Z
« Jun    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031